HomeSpaarbankenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 874.13 KB

TIFF (Deze pagina), 7.92 MB

PDF (Volledig document), 13.16 MB

­`§ . J
r X
l

is
l
j Dat de Engelsche schatkist slechts 2% pCt geeft, behoeft nog geen reden
te zijn om hier hetzelfde cijfer aan te nemen; immers nog niet lang ge-
leden stonden de eonsols nagenoeg pari, als bij ons de 4 pCt, zoodat in
die veronderstelling, 2% pCt. plus ri pCt. administratiekosten, ongeveerjuist
j dien normalen staats­rente­stand, als bij ons 3;, plus à pCt. oplevert.
s
Overigens doen wij hier, ter nadere toelichting onzer lezers, eene korte
opgave van de hoofdbepalingen der nieuwe wet op het Spaarbankwezenin
Engeland.
j In Engeland zijn sedert lange jaren staats-spaarbanken; door I; milli-
oen rekeninghouders is daarin ongeveer voor 37 millioen pd. st. of @*450
millioen gulden gestort, dus door elken inlegger gemiddeld f 300, (waarbij
j echter in acht genomen moet worden, dat de fondsen van verschillende
j vereenigingen, als ziekebussen enz. in de spaarbank zijn geplaatst, hetgeen
veel tot het groote bedrag bijbrengt.)
De voorname aanleiding tot de post/ca¢z!00¢·­spaa1·banken bestond in de risico
i die de inleggers liepen, tusschen het tijdstip waarop zij den inleg deden,
· en de ontvangst in ’s rijks schatkist. In dien tusschentijd is de staat nog niet
2 de eigenlijke depositaris, en door oneerlijkheid of zorgeloosheid der tusschen-
E personen kan schade worden geleden, gelijk dan ook meermalen plaats had.
Ten andere wilde men meer gelegenheid tot besparen openen; de gelegen-
heid maakt den dief, den dronkaard, maar ook den bespaarder, - daarom
, wilde men de gelegenheid tot besparen vermeerderen en kwam men op de ge-
. lukkige gedachte om daartoe de postkantoren te bezigen, die toch dagelijks
voor het publiek geopend zijn. Den 17** Mei 1861 werd de betrekkelijke
voordragt tot wet verheven, en op 16 September waren reeds 300 der nieuwe
i instellingen in werking, en thans, Januarij 1862, zijn deze tot 1700 ver-
meerderd, (een en ander behalve de vroegere Spaarbanken, die op den ge-
, wonen voet blijven voortgaan).
2 ` De inleg moet zijn 1 of meer shillings (60 cent of de veelvouden van
9 dat bedrag); het bedrag wordt dadelijk ingeschreven op het boekje des
I inleggers , door den postbeambte onderteekend en met het postmerk voorzien.
De inleg wordt op den dag zelf door het postbureau aan het hoofdbestuur
i opgegeven, en de postmeestcvgeneraal zendt zijne kwitantie aan den in-
legger. Deze kwitantie is voor hem, en voor hem alléén, volledig bewijs bij
de terugvordering; doch tevens dient zij tot contröle op de beambten: heeft
‘ de inlegger binnen tien dagen na zijn inleg dat bewijs niet ontvangen,
V dan schrijft hij zelf aan den postmeestengeneraal. Tot op de ontvangst dier
; kwitantie geldt de handteekening des postbeambten als volledig bewijs.
t Bij de oude Spaarbanken is de interest 3{i; pCt. (3 pounds and 10
j pence per cent), bij de nieuwe is die slechts QL pCt. Onderdeelen van
V een pd. st. worden niet gerekend; de maand waarin de inleg geplaatst en
die waarin hij teruggenomen wordt, rekenen niet mede. De interest wordt
eenmaal ’s jaars, 31 December, bij berekend, en bij het kapitaal gevoegd
g (terwijl bij sommige der onde Spaarbanken dit tweemaal ’s plaats vond).
l
i
l