HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 9

JPEG (Deze pagina), 423.27 KB

TIFF (Deze pagina), 3.49 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

7
, had, en niet als staatssecretaris het woord richtend
1 tot den Franschen gezant.
; Niettegenstaande dat, hecht de Heer Canisox
a groote beteekenis aan de inzichten, die de Heer VON
1 JAGOW in dit onderhoud heeft durven blootleggen.
Hij denkt, dat wij er belang bij hebben te weten,
, hoe de officieele leider van de Dnitsche politiek
. gezind is jegens de kleine staten en hunne koloniën,
; Ik heb den gezant mijn dank uitgebracht voor deze
· streng vertrouwelijke mededeeling. Gij zult er zeker
. al den ernst van beseffen.
` Aanvaard enz.
(w. g.) BARON BEYENS.
NO. 3.
De Gezant des Konings te Vee­
nen aan M. Davignon, Minister
van Buitenlandsche Zaken.
YVEENEN, den 22 juli 1914.
Mijnheer de Minister,
Ikheb de eer U de inlichtingen mede te deelen,
die ik in de gelegenheid was in te winnen over de
kwestie der betrekkingen tusschen de Oostenrijk-
Hongaarsche Monarchie en het Koninkrijk Servië.
Over een tiental dagen was men in de ,,Bal1platz"
in zeer oorlogszuchtige stemming. De Heer Minister
van Buitenlandsche Zaken en zijne bijzonderste ,
raadgevers spraken op zeer aanvallende wijze. Men
scheen bereid een energiek karakter te geven aan
de voetstappen te Belgrado aan te wenden, en voor- ·
ziende, dat de Servische regeering zou weigeren