HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 7

JPEG (Deze pagina), 428.31 KB

TIFF (Deze pagina), 3.50 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

l 5
t aan ons onderhoud betrekkelijk de verdediging
van België. Ik twijfel er niet `aan, dat dit zal worden
H E oververteld aan wien het behoort.
1 Gelief te aanvaarden, enz.
1 1
(vv. g.) BARoN GUiLLAmiiï.
r
1 1 _ mv.?
1 . N°. 2.
<
5. De Gezant des Konings te
1 Berlijn aanM.Davignon,Minis-
1 tervanBuitenlandscheZaken.
1
J BERLIJN, den 2 April 1914.
1
1 ; Mijnheer de Minister,
1
1 De Heer Gezant van Frankrijk heeft mij dezen
_ · morgen in vertrouwen een gesprek mede-
1 gedeeld, dat hij heel onlangs had met M. von jaoow,
1 na een intiem diner, waarop deze hem had uitge-
y noodigd.
1 Kort geleden, tijdens een afwezigheid van M.
1 CAMBON, ontmoette de Staatssecretaris van Ko-
1 loniën den F ranschen gevolmachtigde op een soiree,
1 en eenige dagen daarna den Marineattaché; de
; heer voN JAGOW had hun gezegd, dat Duitschland
1 en Frankrijk overleg zouden moeten. plegen voor
1 het aanleggen en verbinden van de spoorwegen,
- die beide landen van plan waren in Afrika aan te
1 leggen, opdat geen concurrentie zoude ontstaan.
1 De Heer CAMBON vroeg, wat de bedoeling van
1 dezen voorslag was. De Heer VON JAGOW antwoordde,
1 dat de zaak nog in studie was, maar dat hij, evenals
de Heer SOLF, van meening was, dat een overeen-
1 komst tusschen beide landen, en insgelijks met