HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 58

JPEG (Deze pagina), 445.00 KB

TIFF (Deze pagina), 3.55 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

i 56
. te komen. Graaf SZECSEN heeft geantwoord, dat,
in die voorwaarden hij zijne paspoorten vroeg.
ii; Aanvaard, enz. G
Qi (w. g.) Barton GMLLAUMJ2.
1 J
ik 2
N O. 32.
M. Davignon, Minister van
j Buitenlandsche Zaken, aan
j GI3àfE1'IGH1b3Ult(l€DllClZ€€l€
j Gezant van den Koning te
XV e e n e n.
(Telegram).
BRUSSEL, den 11n Augustus 1914.
V Gelief het volgende mede te deelen aan het Ministerie
y van Buitenlandsche Zaken:
_ ,,De vereischten voor de verdediging van Ant-
· werpen geven aan de militaire overheid onbetwistbaar
j het recht de vreemdelingen uit de versterkte stelling
P te verwijderen. Een groot deel vreemdelingen en
zelfs landgenooten werden dientengevolge verzocht
jj de stelling te verlaten, waar Oostenrijksche en Hon-
gaarsche onderdanen hebben mogen verblijven. Niet-
H tegenstaande heeft de Consul-Generaal desaangaande
niets geseind noch aan den Gezant van Oostenrijk-
Hongarije, noch aan mij zelf. Naar de militaire
l Gouverneur van Antwerven ons bevestigt, werd hij,
evenals zijne onderdanen, aangemaand de versterkte
omheining en niet België te verlaten. Op zijne aan-
j · vraag werd hij geleid tot aan de Hollandsche grens,
1 en hij werd vergezeld door een ofücier, dien hij heeft
bedankt.
j (vv. g.) D.­xvrGNoN.
12
1: {
ij lf