HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 217

JPEG (Deze pagina), 598.09 KB

TIFF (Deze pagina), 3.60 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

ij 213 j
en Koninklijke FRegeering, welke Ued. mij door ver-
aange` 3 slag van 5 April toegezonden hebt.
gêdïujc j U zoudt mij genoegen doen door het te zijner
Opd 6 bestemming te doen geworden door de goede zorgen
EH Ooï j van de Spaansche Regeering.
lïësglïê g (w. g.) DAvrGNoN.
l* Bijvoegsel aan No. 106.
is juist Nota
geering i '
Dmt de Door eene nota in dato van ll Februari, heeft de
_ Og en- 1 Keizerlijke en Koninklijke Regeering, ten einde de
L t êäm medewerking van het Oostenrijk-Hongaarsch ge-
‘ ïf hi j schut aan de vernieling der forten van Namen, terwijl
gig? E j België en Oostenrijk-Hongarije nog onder elkaar
“ glscdê in staat van vrede waren, te rechtvaardigen, de ont-
ivfm je a dekkingen in de Belgische archieven van documenten
gqïlql Ci betreffende eene zoogenaamde Belgisch-Engelsche mili-
BC ug ä taire overeenkomst tegen Duitschland ingeroe-
lvastfcê ’ pen. Zij beweert dat het deze met den geest der,
€€uW1g` tractaten van 1839 tegenstrijdige strekkingen zijn
welke België aangespoord zouden hebben de Duitsche
i voorstellen, door de vijandelijke Belgische houding
E uitgelokt en aan Duitschland opgelegd door den plicht
van zelfbehoud van de hand te wijzen Zij voegt er
ä eindelijk bij, dat het gebruik tegen de forten van
j Namen van het Oostenrijksche geschut, van het
lis t er begin der vijandelijkheden ter beschikking van
7 3 k Q H E Duitschland gesteld, te danken is aan deze vijandelijke I _
jj S t 6 1_ j houding van des Konings Regeering en dat de Kei-
lr i d j zerlijke en Koninklijke Regeering het recht heeft vast ·
j ' te stellen dat België zich in strijd heeft geplaatst
1915 j met zijne plichten voortspruitende uit zijn hoedanig-
‘ E heid van eeuwigdurenden neutralen staat.
9 De Keizerlijke en Koninklijke Regeering denkt dus
de vijandelijkheden tegen ons in tijd van vrede gericht
te deden j te mogen rechtvaardigen om reden, dat wij Yaan
êizêrlijkê de plichten der neutraliteit te kort zouden gekomen
Q
{
l