HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 216

JPEG (Deze pagina), 547.25 KB

TIFF (Deze pagina), 3.60 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

, ··‘,T 1 99 "”"""""‘"‘"‘ n er
1 ly _ ä
G i 212 §
' 1
2 ii 19 April 1839, welke de Belgische Regeering aange-
· 1 spoord hebben de voorstellen door Duitschland gedaan 1
V , 1 j om den vrijen doortocht der Duitsche troepen op het ,
1 Belgische grondbegied te verkrijgen, -voorstellen door
gj I 1 de vijandelijke houding van België uitgelokt en ge- 1
j 2 dwongen door den noodtoestand, waarin het Duitsche
Q ” ¥ Keizerrijk, zich bevond om zich zelf te behouden, ­- 1
:= Z van de hand te wijzen, en aldus Duitschland verplicht
j j i ‘ hebben den oorlog niet België te voeren. Het is juist
1 Q met aldus te handelen dat de Belgische Regeering
1 aanleiding heeft gegeven tot het gebruik in de jj
‘ , operatien tegen de Belgische vestingen van de Oosten-
1 rijk-Hongaarsche batterijen, welke van het begin Q
1 der oorlogsverwikkelingen door de Monarchie ter be- i
` schikking van Duitschland gesteld werden. Zooals het
‘ _’ blijkt uit hetgeen voorafgaat, de Koninklijke Belgische 11
j i Regeering heeft zelve het feit dat zij nu ten laste van de
1 1 Keizerlijke en Koninklijke Regeering wil leggen, uit-
9 gelokt. Deze Regeering is dus ten volle gerechtigd
j dit ongegronde verwijt niet te aanvaarden, en vast te il
l g stellen dat België zijne verplichtingen van eeuwig-
° durend neutralen Staat te kort gekomen is.
z 1
p ‘ NO. 106.
De Heer Davignon,Ministeri
- van Buitenlandsche Zakenï
aan Baron Grenier, Ministerj
Q van den Koning te Madrid.
Q LE H.à’RE, den 20sten April 1915. 1
1 1 T
. Mijnheer de Baron,
Ik heb de eer U hierbij het antwoord mee te deelen
_ van des Konings Regeering op de nota der Keizerlijke
$*1 z= E
1
:1 iii
$1 1
1 1 , ...i«i