HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 209

JPEG (Deze pagina), 641.86 KB

TIFF (Deze pagina), 3.61 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

205
richt zij zich tot al de landen waar de eeredienst van
; het recht heerschen en de eer als een godsdienst be- c
Q schouwd wordt.
In het begin van den oorlog was de aanslag tegen
Skgm- ij België bedreven zoo openlijk en het belang van
guget. 2 Duitschlaud om het te bekennen, ten einde eene zekere
dggr verleiding op zijn slachtoffers uit te oefenen, scheen
geen .zoo natuurlijk, dat de schending van het recht door
gkjng , den Rijkskanselier op de tribune van den Rijksdag
eeymg 1 zelf bekend werd. En op dat oogenblik ging men tot
[enten de poging over de natie trachten te winnen door het
publj- lokaas van den vergeldenden penning der verloren eer.
pum; g Alsof de eer zich laat koopen. Maar nood kent geen
Enge- { wet: ,,Not kennt kein Gebot!" Alles was veroorloofd,
grepen zei men; moest men niet als door een donderslag
gustus, eene natie treffen om ze te verpletteren? Eens te
H) Zij meer zou de oorlog bewijzen dat een eerste misdaad
Wglke noodzakelijk opvolgende misdaden veroorzaakt.
l Ternauwernood was de bodem, waarvan Duitschland
H van B de onschendbaarheid gewaarborgd had, door dit land
plicht, overrompeld, of reeds een deel van het binnenruk-
,eyijeu kende leger onteerde zich door de stelselrnatische
welke , inrichting, te midden van ongelooflijke wreedheden.
schijnt van diefstallen, plunderingen, brandstichtingen, ver-
tegen- ; krachtingen en uitmoorden eener argelooze bevolking.
l voor En terwijl zich over België eene barbaarschheid
erlijke Q zonder vorgaande uitstrekte, had geen enkele Belgische
l handeling den inval gerechtvaardigd; de verkrachter
ionale f bekende dit zelf. Deze handelwijze deed in een ellendig
in Wil j daglicht het Keizerrijk stellen, dat om Frankrijk te ,
vt het l overwinnen eene natie aan alle misdaad onschuldig j
; deeg 5 folterde. Ten koste van wat ook, moest men uit dezen l
it her- B zedelijken toestand komen. Langs eenen kant had
de ge- i het martelaarschap van het onschuldige België het
J geweten van geheel de wereld in beweging gebracht;
en van langs eenen anderen kant, stelden zich de vreemde
H mid- l volken, welke aan dergelijke behandelingen door den j
gischei dreigenden triomf der brutaliteit blootgesteld waren
oende, met recht de vreeselijkste vragen betreffende de veilig-
l