HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 201

JPEG (Deze pagina), 579.92 KB

TIFF (Deze pagina), 3.63 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

3 197
1 grooten deele afhangt van het heilig karakter der
afspraken onder eenlingen en onder naties, en omdat
Y a n jj de politiek die ons geopenbaard wordt door de uit-
1 a n 1 drukking, door M. von BETHlI.àNN-HOLI,\’EG ge-
; e n bruikt, de wettelijke en zedelijke waarde van de be-
schaving op een lager pijl wil brengen.
De Duitsche Rijkskanselier heeft gezegd dat Groot-
15. Bretanje, toen het aan Duitschland vroeg de Belgische
1 onzijdigheid te eerbiedigen, bereid stond den oorlog
aan te gaan, eenvoudig om een woord, eenvoudig om
edige een v o d j e p a p i e r, het is te zeggen dat Engeland
`imes van een mollenhoop eenen berg maakte. Hij verlangt
»rd is nu van het Amerikaansche publiek te gelooven dat
.VON hij juist het tegenovergestelde gedacht heeft van
pers hetgeen hij gezegd heeft, dat het juist Engeland was
digen dat in de werkelijkheid de Belgische onzijdigheid als
anzij- g eene nietigheid beschouwde, en dat Duitschland
1 daarentegen zijne plichten tegenover de onzijdige
tnx. 1 Staten ernstig opnam. De bewijsvoeringen door dewelke
M. voN BErHir.«NN-HoLLxx’EG de twee zijden der
j zaak tracht vast te stellen zijn in volledige tegenspraak
1 niet de feiten.
1 De verdediging der Belgische
1 Onzijdigheid.
a a n Q
Eerst voert de Duitsche Kanselier aan, dat ,,Enge-
land in 1911 besloten was in België manschappen
Zaken g te ontschepen zonder de goedkeuring van de Belgische
1e, be- 1 Regeering." Deze bewering is valsch. Zij berust 1
Rijks- -j op grond van het feit, dat in Brussel zekere doku-
iansch * menten gevonden zijn, die verslagen leveren van
Q gesprekken, die in 1906 en ook in 1911 tusschen
Rijks- 1 Engelsche oflicieren en Belgische officieren hebben
iaruur 1 plaats gehad. Het feit, dat er noch op het Ministerie
ng,da'C ` van Oorlog, noch op het Ministerie van Buitenlandsche
>u zijn j Zaken van Engeland eene nota bestaat, die betrekking 1
ndruk , heeft op deze gesprekken, bewijst, dat deze slechts
eld in j een niet-officieel karakter hebben gehad en dat niet V
1
1
r