HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 579.82 KB

TIFF (Deze pagina), 3.53 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

18
Herhaalde gesprekken, `die ik gisteren heb gehad
,2 met de Fransche ambassadeurs en de gezanten van
Nederland, Griekenland en den Engelschen zaak-
Q gelastigde, doen mij vermoeden, dat het ultimatum
aan Servië eene zaak is, die te YVeenen en Berlijn is
I voorbereid, of liever hier uitgevonden en te Viïeenen
j uitgevoerd. Dat is er het gevaar van. `Wraak voor
E den moord op den aartshertog-troonopvolger en de
panservische propaganda zouden slechts het voor-
ï wendsel zijn. Het doel, dat nagestreefd wordt, zou
zijn een doodelijken slag aan Rusland en Frankrijk
` toe te brengen, in de hoop dat Engeland van den
strijd afzijdig zou blijven.
Om deze vermoedens te rechtvaardigen, moet ik
u herinneren aan de heerschende denkwijze bij den
I Duitschen generalen staf, namelijk dat een oorlog
met Frankrijk en Rusland onvermijdelijk en aan-
j staandeis,denkwijze die men er in ge-
; lukt is door den Keizer te doen dee-
, le n. Deze oorlog, vurig gewenscht door de militaire
j en pangermanistische partij, zou thans kunnen worden
j ondernomen, zoo oordeelt deze partij, in uiterst
. voordeelige voorwaarden voor Duitschland en die
i zich waarschijnlijk niet zoodra meer zullen voordoen;
J ,,Duitschland is klaar met zijne militaire verster-
i kingen voorzien door de wet van 1912 en, anderzijds _
gevoelt dit land dat het niet in het oneindige een
wedloop van bewapeningen met Rusland en Frankrijk
kan aangaan die het eindelijk ten onder zou bren-
gen. De \'ehrbeitrag is eene ontgoocheling geweest ‘
voor de Keizerlijke Regeering, die de grens van de
nationale rijkdom heeft aangetoond. Rusland heeft
het ongelijk gehad zijne kracht ten toon te spreiden
vooraleer zijne militaire reorganisatie was geëindigd.
Deze kracht zal slechts binnen enkele aren ontzaglijk
zijn; thans ontbreekt haar, om zich te kunnen ont-
wikkelen, de noodige spoorweglijnen. Vat Frankrijk
betreft, heeft M. Charles Humbert de ontoereikend-
heid van zijne kanonnen van groot kaliber kenbaar