HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 195

JPEG (Deze pagina), 503.62 KB

TIFF (Deze pagina), 3.65 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

191 I
ïêêft ` zekeren dat de huidige Regeering zeker niet het eerst ,
i de Belgische onzijdigheid zou schenden, en dat ik 1
1, de niet geloofde dat eenige Engelsche Regeering eene
j daad zou op touw zetten die door de publieke meening
j niet zou goedgekeurd worden, wat wij nagegaan
‘N­ hebben - en de kwestie was van tamelijk ingewik-
keld­delikaten aard - is wat wij naar alle wenschelijk
heid en alle noodzakelijkheid te doen zouden hebben,.
als waarborgende mogendheid der Belgische onzij-
digheid, indien deze onzijdigheid door om 't even
welke mogendheid geschonden werd.
Indien wij bv. de eersten waren om de onzijdigheid
d­ te schenden en troepen in Belgie te ontschepen, dan
zouden wij aan Duitschland toelaten hetzelfde te
voor doen. 'Wat wij voor België verlangen, evenals voor
zicht elk ander onzijdig land, dat was, dat de onzijdigheid
;het zou geëerbiedigd worden; en zoolang dat zij niet
satie door eene andere Mogendheid zou geschonden worden,
. het j zouden wij zeker zelf geene troepen door zijn grond--
veer- i gebied zenden.
Yann 1 (iv. g.) E. GREY.
1
3. Z XO. lOl.
E en M. Davignon, Minister van
dat » Buitenlandsche Zaken, aan
ende ‘ alle Hoofden van Zendingen
door j in het Buitenland.
jnen
D LE HA‘1<1.=:, den 13den januari 1915.
hten a
niet t Mijnheer de Minister,
ende 1
zlgië, j Door mijn telegram van den 4den December had
ï1'O€- in ik de eer u eene logenstraihng te doen toekomen
n. der beschuldiging, door de Nordd. Allgem. Zeitung
ver- tegen België geuit, volgens dewelke België zou te
H