HomeDiplomatieke briefwisseling met betrekking tot den oorlog van 1914-1915Pagina 192

JPEG (Deze pagina), 625.67 KB

TIFF (Deze pagina), 3.68 MB

PDF (Volledig document), 139.55 MB

1
` jï ·
_ 188 1
« i
Q g. borg door Engeland gegeven, geen enkel gevolg gehad j lim
j Q E2 heeft en alles gebleven is gelijk het reeds was bij de ägêï
A ïê eerste gesprekken in 1906. l
” jj Geen enkel document zou op duidelijker wijze de im!
l Q 1* eerlijkheid van de Regeering des Konings kunnen lmï
l . vast stellen waarmede zij hare internationale verplich- lm
l j · 1: tingen is nagekomen. ä dO
I gï Kolonel BRIDGES zou gezegd hebben, ter gelegen- § Rê
. heid van de laatste gebeurtenissen, dat, gezien wij §OQ
l j niet in staat waren onze onzijdigheid te verdedigen, l K'
1 Q l de Britsche Regeering onmiddellijk manschappen zou T Tê
· f lïi ontscheept hebben. zelfs indien wij geene hulp ge- f _
( vraagd hadden. » . kê
ï_ ïi \'aarop Generaal ]t‘NGBLI¥’l‘H onmiddellijk zou ë 4
p èf geantwoord hebben: ­ jj dï
r V ,,Maar gij zoudt slechts tot eene ontscheping kunnen kï
Q overgaan met 011ze toestemming? ? Ye
; wi Moet men zooveel gewicht hechten aan het oordeel H
g van een militair geattacheerde dat nooit, we zouden.
" FI`? het kunnen bewijzen, door het Foreign Office gedeeld
" werd? Vas hij de meening toegedaan, eene verkeerde 1
i L volgens ons, alhoewel door zekere schrijvers verde-
1{ Q digd, dat in geval van schending der onzijdigheid, de ,
i ­ Q, waarborgende mogendheid het recht had tusschen te ”
K komen zelfs als de staat die door den waarborg be- .;
schermt wordt, niet om hulp vraagt? `Wij weten Q
‘ het niet. Iets is zeker, namelijk dat de militaire gaat- l
‘ tacheerde niet langer aangedrongen heeft na de tegen-
ä werping van den Generaal.
· · 'Was België, verplicht deze gesprekken aan de
I“ waarborgende mogendheden mede te deelen? Wat j ·
V E het eerste betreft, was Kolonel BARNARD1s*roN niet
. · gemachtigd eene verbintenis aan te gaan, even min 1
{ als Generaal DUCARNE gemachtigd was akte te nemen ‘?
; ix eener belofte hulp te zenden. De gesprekken in kwestie l
jr ïi hadden ten ander een zuiver militair karakter zij T §
,‘ I konden niet de minste politieke draagkracht hebben, j J
.1 l E zij zijn nooit het onderwerp geweest van besprekingen j •
‘ door de Regeering en het Departement van buiten- '
ij li
ii M ‘ë
` E, _ i