HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 6

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.77 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

» · 1
l g I
l 1 ij
ë 4
tê . "
g zoudt: wie zal voor ons"den Oceaan oversteken om het voor ons
te halen en het ons te verkondigen, dat wij het volbrengen" 1).
_ .; In het boek ]ob wordt het probleem in poëtische verzen behan­
j _ deld: ,,De Wijsheid, waar is zij te vinden, en waar is de woon-
lp plaats van het verstand? De afgrond zegt: zij is niet bij mij; de
ë _ Oceaan zegt: bij mij is zij niet .... Zij is verborgen voor al wat
Aeg I leeft en voor het gevogelte des hemels is zij verborgen. Onder-
g" g t wereld en doodenrijk zeggen: met onze ooren hebben wij een ïl
gerucht over haar vernomen" 2).
Wij zijn niet lichtgeloovig genoeg om op zulke vragen een
_ concreet antwoord te verwachten of te aanvaarden. Maar de
vraag zelf naar haar zin en haar inhoud, de vraag dus, langs welken
l ° weg wetenschap en wijsheid en waarheid gezocht moeten worden, _
‘ is altijd actueel gebleven. En vooral op die terreinen, waar naast l
g. de wetenschap ook de godsdienst zijn licht laat schijnen, is zij
vaak genoeg tot een brandende kwestie geworden, die al tot veel
VE strijd geleid heeft. Tot die terreinen behoort ook de oud­He-
Y breeuwsche litteratuur, het Oude Testament.
j ï Het is niet mijn bedoeling, dit punt thans uitvoerig te behan­
delen. Ik zou u dan de lange en wisselvallige geschiedenis van
g á de exegese van het Oude Testament moeten verhalen. Maar waar
ik mij voorstel in dit uur uw aandacht te vragen voor enkele be-
t schouwingen over het karakter van het Oud-Testamentische ver-
_ _ haal moge ik vooraf althans een enkel woord zeggen over de twee
hoofdstroomingen, die op het gebied van de exegese en van de
ä daarmee samenhangende beschouwing van canon en tekst van
het Oude Testament vallen waar te nemen.
De geschiedenis dan van de exegese van het Oude Testament j `
laat zich op ongedwongen wijze in twee deelen splitsen, waar-
tusschen de Renaissance de natuurlijke grens vormt. Oudheid
__g. en Middeleeuwen worden ·­- wanneer men van enkele op zich
L zelf staande en voorbijgaande uitingen afziet -­ vrijwel beheerscht
door de these, dat de oorsprong althans van die wijsheid, welke
hij ons in den Bijbel geschonken is, in den hemel is, en dat die hemel-
sche wijsheid in dat Boek der Openbaring, boek van bovenmen-
1) Deut. 30. II­·I3• Vgl. Gunkel, Das Märchen im Alten Testament.
ll Tüb., IQI7 S. 53.
2) Job 28. I2 vv. ­
I
* 1%
F
iz
. al
~··­ ··­· rw