HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 31

JPEG (Deze pagina), 959.26 KB

TIFF (Deze pagina), 7.84 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

aar de Uwe zijn, Hooggeachte Snouck Hurgronje. De opbouw van
ons geestelijk leven is een veel te gecompliceerd proces, dan dat
men zou kunnen aanwijzen, wat het aandeel is, dat ieder van onze
al" leermeesters daaraan gehad heeft. Maar dat is wel heel zeker, p
qu dat het deel, dat Gij aan mijn wetenschappelijke ontwikkeling j
kk hebt, zeer overwegend is. Ik voel mij aan U verplicht als aan een p
rv; geestelijken vader. raad, Uw voorlichting en Uw vriendschap j
)C zijn mij onontbeerlijk geworden. Zij waren altijd tot mijn be- Z
pl schikking. Ook in de afgeloopen maanden hebt Gij er mij weer i
` de meest ondubbelzinnige bewijzen van gegeven. Zelfs den schijn
te van twijfel aan het voortduren ervan mag ik niet opwekken door
T de hoop uit te spreken, dat dit ook in de toekomst zoo zal blijven.
:e Hooggeachte Dr. Cannegieter, i
l' Precies vijf jaar geleden 26 Ianuari 1920 deed ik mijn intrede i
` als leeraar in de klassieke letteren aan de school, die onder Uw ·
g leiding staat. Nu ik er van scheiden moet, is het mij een behoefte
1 U nogmaals - en thans in het openbaar - uit te drukken, welke
1 aangename herinneringen ik medeneem aan den voortreffelijken
' geest, die aan het Haagsche Gymnasium altijd heerschte, en aan
t · de prettige verhouding tusschen U en ons leeraren, tusschen de i
leeraren onderling, tusschen de docenten en de leerlingen. Uw U
’ eigen bezieling voor de klassieke opleiding kan niet nalaten be-
vruchtend te werken op Uw omgeving en vooral ook op die jon-
geren, die straks onze universiteiten mede zullen bevolken. Wil
voor U zelf en voor al de collega's nog eens mijn dank in ontvangst j
nemen voor het vele, dat ik in die vijf jaren aan het Gymnasium j
heb mogen genieten. ·
Mijn Ouders, .
Hoewel het nauwelijks noodig is, wil ik toch deze plaats niet
verlaten zonder U gezegd te hebben, welk een groote vreugde
het voor mij is, dat ik U hier tegenwoordig mag zien. Gij, mijn
Vader, hebt niet alleen, te beginnen met mijn zesden levensjaar ‘
ongeveer, mijn eerste stappenop het gebied der Hebreeuwsche r
taalkunde geleid, maar Gij hebt mij daarin ook later als Rector l
van het Portugeesch­Israëlietisch Seminarium, waaraan ik dank-
bare herinneringen bewaar, tal van jaren onderwezen. En ook
l