HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 30

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.84 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

V
Y ‘ Y `& l `
a
j jg j 28 ‘
V? ¤ ‘ N
‘ geschiedenis en wijsbegeerte en volkenkunde moeten elkaar
Qi ` { J telkens helpen en aanvullen en vormen als het ware een door hech-
j ` te banden verbonden familie. Het laat zich verwachten, dat die
j p relatie zich zal weerspiegelen in de verhouding tusschen haar ver-
3 ` schillende vertegenwoordigers. Dat dit in Uw - en ik mag nu
é zeggen onze - faculteit inderdaad het geval is, is mij bekend. Ik
wensch niets liever dan mij met zulke gevoelens van geestelijke
1 p verwantschap bij U aan te sluiten. Ik hoop, dat Gij mij van Uw
g a §; kant opndiezelfde wijze in Uw kring zult willen opnemen. De
Vr1@Hd€h1kh€1d, waarmee Gij mij reeds in Uw midden verwel-
`p‘A t§ komd hebt, schijnt mij aan die verwachting een solide basis te
fe geven. Daarvoor ben ik U dan ook reeds nu erkentelijk.
ie Maar al zal mijn onderwijs in al zijn deelen uiteraard het
l I cachet van den philoloog dragen, de belangen van onze
{iïf ’ gemeenschappelijke studenten en de aard van één der vakken,
I. gi die ik te doceeren zal hebben, zullen mij ook met U, Heeren Profes-
Y ï soren van de Theologische faculteit, in veelvuldige aanraking
brengen. U behoef ik niet te zeggen, dat het richtsnoer bij mijn
jg “ onderwijs hetzelfde zal zijn als het bij mijn voorgangers op dezen
j leerstoel geweest is, en dat de wetenschappelijke methoden,
jl ‘V waarnaar ik werk, dezelfde zijn als de Uwe. Ik hoop ­ en de V
omina zijn in dat opzicht al gunstig -, dat ik ook onder U de
t vriencächïpkzal vinden, die voor een aangename samenwerking
onont eer ij is.
p . Hooggeleerde Heeren Professoren in de Semietische Letteren van
de Leidsche Universiteit,
»f Behoef ik U te zeggen, hoezeer ik het op prijs stel, dat Gij
2 op dezen, voor mij heuglijken dag hier tegenwoordig zijt?
En behoef ik U te zeggen, hoezeer ik mij aan U verplicht voel?
gi Met gretigheid heb ik mij gedurende vele jaren gelaafd aan de
wereldberoemde bron der Oostersche studiën, die al eeuwen lang
lj ginds in Leiden zoo rijkelijk vloeit, en die thans door U op zoo
g onvolprezen wijze verzorgd wordt. Maar Gij waart mij van den
lil eersten dag af tot nu toe - en ik hoop van harte, dat Gij het ook
zult willen blijven ­- nog veel meer dan leermeesters alleen, veel
meer dan zich thans laat uitspreken.
En wanneer ik één naam speciaal mag noemen, dan moet het
.l ‘
I E
I? l
S2
gj l
l
r i i i
j Ji j ‘
I * ’ I i
··‘‘