HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 29

JPEG (Deze pagina), 945.51 KB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

3 27
Edelachtbare Heeren Bestuurderen van deze stad,
Een O Het terrein van de Semieusche wetenschap, de Oud­Testamen-
wel tische daarbij inbegrepen, is zeer uitgestrektäen de arbeiders zijn
bij er vooral 1n ons land weinig talrijk. Iäat Gij mij onder hen een
mg plaats hebtnwillen aanwijzen, stemtnmij tot groote dankbaarheid.
als 1 Ik hoop mij het vertrouwen, dat G1j 1n mij gesteld hebt, waardig
:r_ , te maken. p
nu 1 Edelgrootachtbare Heeren Curatoren van deze Universiteit,
n- j Dat ik mij in dit uur ten volle bewust ben van de verplichtingen,
en die het ambt, dat ik thans aanvaard, mij oplegt, zult Gij wel
.w willen aannemen. Dat ik mij voortaan geheel zal mogen wijden
1g aan de wetenschap mijner keuze, verheugt mij, maar ik vergeet p
>o daarom niet, dat ik in de eerste plaats de belangen van het mij j
g. toevertrouwde onderwijs te behartigen zal hebben. Wanneer ik
zr er in zal slagen onder uw auspiciën iets bij te dragen tot den bloei
t. L van dat onderwijs en den vooruitgang van de wetenschap, zal ik i
lt l mij daarmee gelukkig achten. Ik hoop daarbij op uw welwillenden
te ‘ steun te mogen vertrouwen.
f Hooggeleerde Heeren Professoren, hooggeachte Ambtgenooten, H
Het optreden van een nieuwen collega in uw kring is vaak en I
l is ook nu het gevolg van het feit, dat één uit uw midden tot de Y
I I eeuwige rust gegaan is. Zonder twijfel zal de herinnering van Q
i velen Uwer in dit uur teruggaan tot mijn betreurden voorganger,
_ 1 Professor Elhorst, aan wien ik hier mijnerzijds, al had ik niet
i het voorrecht zijn leerling te zijn, gaarne een woord van eer-
i ¢ biedige nagedachtenis wijd. Ik weet, welk een groote waardeering ä
I t en genegenheid hij èn onder zijn collega’s èn onder zijn studenten
genoten heeft. §
. Wat mij betreft, het vooruitzicht met mannen van zoo veel-
zijdige geleerdheid saam te mogen werken is mij op zich zelf al
een genot.
Vooral met U, Heeren Professoren der Litterarische faculteit,
zal die samenwerking naar ik hoop een aangename en een vrucht-
bare zijn. De indeeling in vakken in elke faculteit afzonderlijk is
gelukkig niet zoo op te vatten alsof ieder onzer uitsluitend op
zijn eigen terrein aangewezen is, zonder contact met zijn naaste
buren. Integendeel, oude en moderne en Oostersche philologie,
1 _ e'