HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 27

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

ä
ïä

25
usten. het bezoek van de drie engelen aan Abraham en andere dergelijke
vallen niet als geschiedenis, maar als visioenen meenden te moeten op-
nsten vatten. Hun motief daartoe lag in hun rationalistische opvatting
llend of wel daarin, dat zij zulke verhalen Gode onwaardig achtten.
w1JZe Langs anderen weg, den weg der litterair-historische beschouwing
a op. komen wij wel niet tot hetzelfde, maar toch tot een dicht erbij
veel liggend resultaat.
ben. i . Wij zouden zoo de geheele verhalende litteratuur van het Oude
:l1ng ; Testament kunnen doorloopen. Maar ik moet mij ook hier weer
tot een enkele aanduiding bepalen. Onze conclusie moet in de
b.v. eerste plaats deze zijn, dat ook de oudste schrijvers in het Oude
aan f Testament -· en ik spreek hier met opzet van schrijvers en niet
aan- van scholen - veel zelfstandiger tegenover de stof en tegenover
gen i de traditie moeten gestaan hebben en veel meer zelf gecomponeerd
ien hebben dan men gewoonlijk aanneemt. De piëteit en de conser-
W1; T vatieve houding tegenover een oudere overlevering, waarop men
en zich voor het tegenovergestelde gevoelen beroept, hebben wij in
de de latere perioden niet gevonden. En toch zou die piëteit er na
Hd " de definitieve teboekstelling en canoniseering niet op achteruit
n- E gegaan kunnen zijn. Zij hebben zich niet bepaald tot het repro-
fn _ duceeren van sagen en geschiedenissen, die zij in de mondelinge
In en schriftelijke traditie aantroffen, en de verscheidenheid van hun j
B: bronnen kan niet alle e n de verklaring geven van de oneffen­
V1) heden en de inconsequenties in hun voorstellingen. Wij kunnen
H het ook niet met Gunkel eens zijn, wanneer hij met betrekking g
lt _ tot de door die schrijvers opgeteekende verhalen: mythen, sagen,
d . novellen en legenden zegt: ,,Wer sie erzählt und hört, hält sie
" naiv für ,,Wahre" Geschichten". Wij vonden ten opzichte van j
1 dit punt juist een groot verschil tusschen Erzähler en Hörer.
' Eerst in het geloof van het nageslacht wordthet verhaal tot
[ traditie en historie. In het woord van den psalmdichter: ,,O God,
· met onze ooren hebben wij het gehoord, onze vaderen hebben
het ons verteld .... " 1), waarin dat ,,met onze ooren hebben wij
het gehoord", de gevoelswaarde heeft van wat wij zouden zeggen:
,,wij hebben het met eigen oogen gezien", hoort men als die ge-
loovige stemming tegenover de traditie.
--­-
1) Ps. 44. 2.
S
xl

i
ïl
i
ll