HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 24

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 7.93 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

»- E £§
lg) j U; . 22

Verschillende van de karakteristieke trekken, die ik noemde, K;
vinden we hier alvast met zekerheid terug. Een parabel als die
j V ‘ van Nathan of de bekende fabel van Iotham, waarin de boomen
_ jf_ g · ij zich een koning gaan kiezen, is natuurlijk - daarover is iedereen
’ het eens - als inkleeding van een gedachte bedoeld. Van de ge-
j. ~ V V sprekken tusschen God en den Satan in de inleiding van het boek
ik l job geldt zeker hetzelfde. Levendigheid van schildering en be-
Ep; 4;,**, if hoefte aan aanschouwelijkheid blijkt b.v. telkens uit de redevoe­
I ringen der profeten, de visioenen, die zij beschrijven, en de eigen-
, aardige handelingen, waarmee zij hun woorden bij wijze van
gg; gt; ,,teekenen" begeleiden. Zoo beschrijft ons Ieremia zelfs een
li, M keer 1), hoe hij een beker wijn, die den toorn Gods moet symboli­
,_. il seeren ,,uit de hand van God aanneemt", en er de grooten van
lf · Iuda en vele van de omliggende volken uit doet drinken. Elders 2)
QT? _) _ moet een lendenkleed door het langen tijd in het water van den
< Euphraat te laten liggen onbruikbaar gemaakt worden, om er
. dan de verkondiging aan te kunnen vastknoopen: ,,zoo zal Ik de
jg ylf j grootheid van Iuda en Ieruzalem vernietigen". De gedachte moet
aan iets concreets gedemonstreerd worden. Bijna twintig eeuwen
A {gg later illustreert de Moslimsche theoloog Ibn Taimiya een Koran-
‘ tekst, waarin van het ,,afdalen Gods" sprake is, door eenige treden
§ 7 ` Van zijn katheder af te dalen, zeggende: ,,juist zooals ik hier afdaal."
i Q Vrijheid tegenover oudere overlevering? Zekerheid daarover
kan er alleen daar zijn, waar wij in het Oude Testament zelf zulk E
een oudere overlevering hebben, die de latere schr1jver•moet
j gn; Q, ‘ gekend hebben. Welnu dat is het geval bij het boek der Kronieken.
E' 'ï Leggen wij nu de Kronieken naast de oudere historische boeken,
ï die dezelfde stof beschrijven, en vergelijken wij de opgaven van
J getallen en namen hier en daar, dan blijken de afwijkingen al zeer .
‘ gl talrijk te zijn, maar, wat nog meer frappeert, de verhalen ver-
schillen ook op tal van punten, die meer het wezen ervan raken, ·_
l' aanmerkelijk. Het allermeest springt dat misschien in het oog ‘
in de teekening van de figuur van koning David 3). Het proces, à_
L dat ik straks voor de Agädä beschreef, zien wij dus ook hier reeds
in vollen gang.
Al g! _ F
:5 1) Jeremia 25. 17. ;.
«,i 2) Jeremia 13. 1 vv. Q
{ 3) Vergl. Wellhausen, Prolegomena 3 S. 176 ff. je
1 li
gj!
I iii _
s if