HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 21

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

I9
zrgestelde dat ook josephus in zijn geschiedenis lang niet nauwkeurig het
moet een Oude Testament in zijn Hebreeuwschen of Griekschen tekst
navertelt, dat zijn verhaal tal van afwijkingen daarvan vertoont,
eeuwsch- ook in de opgaven van getallen en namen, en tal van uitbreidingen,
zlere ont- die voor een deel samenvallen met de Agadische verhalen, die
t nu ont- i verscheidene eeuwen later in de Talmoedische litteratuur opge-
naar het nomen zijn, en die hij dus blijkbaar aan dezelfde bron, de bron
:le Agäclä - der volkstraditie en der populaire exegese ontleend heeft, waarvan
te littera­ andere in de werken der ]oodsch­Hellenistische schrijvers terug
enbaarde ; te vinden zijn, terwijl er dan nog veel overblijft, waarvan wij den
rden ons oorsprong in het geheel niet kennen, en waaraan des schrijvers
zaba met Eg phantazie wellicht het grootste aandeel heeft. Voor het met angst-
zlerheden vallige piëteit vasthouden aan de schriftelijke overlevering kan
L hetgeen josephus ook al niet als getuige aangevoerd worden.
a, die ik Maar nog iets anders leeren wij uit dit voorbeeld. josephus
»rbeelden l heeft de bedoeling en is zich bewust g e s c h i e d e n i s te
:n geheel schrijven. Al die legendarische uitbreidingen waren voor josephus
ïsteq werk ï en voor de kringen, waartoe hij behoorde, blijkbaar al geschiedenis
rens over j geworden. Zij waren saamgeweven met het Bijbelverhaal en
. deelden er gelijkelijk het karakter van historische waarheid mee.
geleverde i Dat dit later ook ten aanzien van de Agädä zoo gegaan is, daarvoor
getuige- Y hebben wij uitdrukkelijke getuigenissen. In de twaalfde eeuw
aan som- Q zal een philosooph als Maimonides er zich over verwonderen en
1et Boek j aan ergeren. ,,Ten aanzien van de opvatting van de woorden
het boek ~ onzer Wijzen kan men de menschen in drie groepen verdeelen.
delatere Y Deeenegroep-en tot deze behooren de mees-
uwschen ten, die ik heb leeren kennen, of wier wer-
:ven,ge- ii ken ik gezien heb, of waarvan men mij be-
konings Vl r i c h t h e e f t -, neemt alles woordelijk op, en vermoedt in
1 eenige i{ het geheel niet, dat veel daarin een dieperen, verborgen zin heeft.
he com- Zelfs het onmogelijke houden zij voor werkelijkheid. Zij doen
hus, den dat, omdat zij geen begrip van wijsheid hebben en ver van alle
Ihr. Het wetenschap staan" 1). De vinnige strijd, die nog bij het leven van
1, en het t Maimonides over zijn geschriften ontstond, en Maimunisten
zwikkeld p en anti-Maimunisten fel tegenover elkaar stelde, liep voor een
is Zeker, · belangrijk deel juist over dat punt -­ de letterlijke opvatting van
1920. S. "_"""
1) Commentaar op de Misjnä, Sanhediïn X, inleiding.