HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 20

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

i J ; ~ ii
J I i;
l j A
Q een bitteren bijsmaak of worden zelfs in het tegenovergestelde
ga K = i verkeerd. Van zulke typen van goedheid of van boosheid moet een K
` ­ afgerond beeld gevormd worden.
l S 1 Het zou niet moeilijk zijn, ook in de latere middeleeuwsch­
· joodsche litteratuur, de liturgische poëzie b.v., de verdere ont- ,
f wikkeling van dat proces te laten zien. Ik moet mij dat nu ont- i
L V . zeggen. Liever wijs ik u erop, dat diezelfde vrije, altijd naar het
{ ; j concrete en aanschouwelijke uitspinnende methode van de Agäclä -
jïwppo ten opzichte van het Oude Tastament in de Moslimsche littera-
tuur ten aanzien van den Koran en de door Allah geopenbaarde Q
gij gij; geschiedenis een even groote rol speelt. Ook hier worden ons
Abrahams verblijf te Mekka en zijn bouw van de Kaaba met Eg
,` ‘ Q zijn zoon Ismaël of Mohammeds leven in alle bijzonderheden
l j Q i bijna op de wijze van een dagboek geschilderd. Maar na hetgeen
L . i ik u over de Agädä medegedeeld heb, en de specimina, die ik
gj K . E _ ï er u uit gaf, kan ik mij van het noemen van verdere voorbeelden j
j ‘ uit de Mohammedaansche boeken onthouden. Zij zouden geheel
’à l van denzelfden aard zijn. Golziher heeft er in zijn laatste werk l
j Y over de uitlegging van den Koran belangwekkende gegevens over
verstrekt 1). · ;
Voor dit eigenaardige vrije omspringen met de overgeleverde l
A stof hebben wij nu voor het jodendom nog veel oudere getuige- Y
3 ly s nissen dan de al genoemde. Men mag hier herinneren aan som- l
g l . _ mige producten van de apokryphe litteratuur als b.v. het Boek j
Q ç der ]ubilaeën, verder aan de bekende toevoegsels van het boek lg
Q ti · Esther in de Septuaginta, waarin geheel in den geest van de latere Y
Agädä decreten, brieven en edicten, die in den Hebreeuwschen
p tekst slechts aangeduid worden, in extenso worden gegeven,·ge­
p beden van Mordechai en Esther, voordat de laatste in 's konings
l tegenwoordigheid verschijnt, worden meegedeeld, en eenige ;
bijzonderheden meer, alle producten van vrije rhetorische com-
1 positie. Maar vooral valt hier te wijzen op Flavius josephus, den
joodschen geschiedschrijver uit de eerste eeuw na. Chr. Het ·
oordeel over het werk van josephus is zeer uiteenloopend, en het l
probleem van de bronnen, waaruit hij geput heeft, is ingewikkeld I
en nog altijd niet volkomen opgehelderd. Maar zooveel is zeker, ‘
ill lil ......... .
9 13% Die lêicïiëungen der Islamischen Koranauslegung, Leiden IQ20• S.
O . CH 2 9 . 4
ll? °
l ë ,
5 El ·§
i tx ·
,r,. wr.M-...r-,_---.r.. rr.-r,n,i_- rr_,,_..__W- o o