HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 18

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

j ` j F
[ · ,
ik A I6
ri Maar genoeg voorbeelden uit verschillende onderdeelen der
j Semietische litteraturen om te bewijzen, dat het verhaal, en wel j
1 - i het historische, het half-historische, het quasi­historische of het E
x gefingeerde, het geliefkoosde middel is, om er een theorie of een j
j. ; { gedachte mee uit te drukken en ingang te doen vinden.
j o ‘ r Bij een verdere beschouwing van die verhalen in de Semietische ’
‘ litteratuur, in het bijzonder van die, welke zich bij de in den *
E- , Bijbel of den Koran vervatte geschiedenissen aansluiten, worden j
l { wij getroffen door de groote v r ij h e i d, die in die vertellingen pi
aan den dag treedt, niet alleen tegenover de realiteit, maar ook
gg r tegenover de in die heilige boeken neergelegde traditie. Wij [
; l hebben hier de tastbare bewijzen voor ons, dat de latere geslach-
f ten, niet tevreden met de in die boeken gegeven mededeelingen, ä
i W; j de neiging hebben, deze steeds aan te vullen, mooier te maken,
il ‘ te preciseeren en verder uit te spinnen. Zoodoende vormt zich
l Q r een soort volkstraditie, die gaandeweg met het oorspronkelijke
i samengroeit, en waarin de meest verschillende elementen bijeen
GQ ‘* ï zijn. Verhalen van zeer onderscheiden herkomst worden aan Q
l V bekende personen vastgeknoopt, zoowel in de Agädä en in de
nl ä [ Hadith als in de 1001 Nacht.
Nemen wij weer de Talmoedische Agädä. De geheele Bijbelsche
j geschiedenis verschijnt ons daar in een vermeerderde editie.
Voorname personen en belangrijke gebeurtenissen als de geboorte
A Y van Mozes of de uittocht uit Egypte of de wetgeving op den Sinai
i Qi ‘ of de tempelbouw van Salomo worden het middelpunt van uit-
voerige uireenzettingen, waarin de gegevens van den Bijbeltekst
ig. ongeveer zoo gebruikt zijn als een romanschrijver een historisch g
motief tot grondslag voor zijn verhaal neemt. De Agädä weet
i alle bijzonderheden, die het oorspronkelijke bericht in het midden
laat. Een vluchteling komt aan Abraham vertellen, dat zijn neef
gevangen genomen is; wie was die vluchteling? Eén van de tien
broeders van ]ozef opent op reis naar Kanaän zijn voederzak; g
wie was het van de tien? Mozes ziet twee Hebreeuwsche mannen
ii; vechten; wie waren dat? De Agädä Weet ze allen met name te Q;
jj noemen. De Agädä weet, wat de oorzaak van den twist tusschen
Kajin en Abel geweest is, en Waarom Kajins offer God niet
ll welgevallig was. Zij kent even goed den naam van Pharao's doch-
ter, die zich over Mozes ontfermt, als de familiebetrekking van
nl ïx
ä äï
li? ·
Vïïj
· ï¥
i E· r
il i
r *». W A .
l. .er ., in j n. e e e