HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 16

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 7.81 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

j L.! , J j
Y i ”
t I4
_ hangers onder de voorname of onder de erin e 1ieden?" - ,,On­
j ä . _ E S
_ I der de eenvoudigen". - ,,Neemt hun aantal toe of af?" - ,,Het g
l jj W neemt steeds toe". - ,,En zijn er onder hen, die naderhand weer ;;
j ä ",_n 1 ‘ afkeerig worden van zijn leer en van hem afvallen?" - ,,Neen". -
l ä j ‘ ,,Verdacht gijl. hem vroeger van het spreken van onwaarheid?"
- ,,Neen". ­- ,,Is hij wel eens ontrouw aan zijn woord?" -
j ,,Neen". - ,,Hebt gijl. strijd met hem gevoerd?"­-,,]a".­- ,,En lj
{ij « wat was de uitslag van den strijd?" - ,,Afwisselend; nu eens won
r_`_ hij, dan wij". - ,,En wat schrijft hij u voor?" - ,,Hij beveelt
'‘·‘4 ons, alleen Allah te aanbidden en geen ander wezen naast hem
en het geloof onzer vaderen te verlaten; verder schrijft hij ons
, 9 voor de salät te doen, rechtvaardig te zijn en rein van zeden en
T j onderling eensgezind". -­- Na al deze vragen gesteld te hebben,
{ j { _ zei Heraclius: ,,Ik heb u gevraagd naar zijn afkomst, en gij zeidet,
ij g j dat hij van edele geboorte is. Welnu, de gezanten Gods zijn altijd E
gekozen uit de edelsten van hun volk. Ik heb u gevraagd, of I
, vóór hem al eens iemand zijn leer verkondigd had, en gij zeidet: j
¥ `7 ~ neen. Ik dacht n.l.: wellicht spreekt hij vroegeren na. Ik heb u E
v*¢ . f .. x!
r gevraagd, of ook een zijner voorouders onder u geregeerd had
j en gij zeidet: neen. Ik dacht, dat hij wellicht streefde naar den
jjá troon van zijn voorouders. Ik vroeg u, of gij hem vroeger als een
leugenaar beschouwdet, en ge zeidet: neen. Ik besluit hieruit,
ijf dat als hij er niet de man naar is om onwaarheid te spreken tegen-
W § l v over zijn medemenschen, hij dat zeker niet tegenover God doet.
j é Ik vroeg u naar de kringen, waaruit zijn aanhangers voortkomen,
Q en gij zeidet: uit de eenvoudigen. Welnu, juist zij vormen altijd
ll ‘ de aanhangers der ware profeten. En zij nemen gestadig toe, ä
j zeidet ge. Dat is de eigenschap van het geloof, dat het toeneemt
Dj j tot zijn volmaakte ontplooiing. En geen van zijn aanhangers valt
later weer van hem af. Zoo dringt de waarheid van het geloof in
het binnenste door. En zoo is ook al het andere, dat gij mij van
hem gezegd hebt, een bewijs voor de waarheid van zijn zending.
Deze man zal zeker veroveren zelfs de plaats, waarop mijn voeten
hier staan. Ik wist trouwens, dat zulk een godsgezant spoedig jj
zou verschijnen, maar ik wist niet, dat hij uit u zou voortkomen
Als ik het zou kunnen, zou ik hena dadelijk opzoeken en niet
rusten, voordat ik hem het stof van zijn voeten gewasschen had".
j"§ « Hoe door en door onhistorisch dit verhaal in al zi'n trekken is, .
gj , J
l {C
j ïïlï °
‘!, 1;
Vl ’l

ik
{ ljït
“‘•¢ï. j
,.. _ _ _, _ _ , . ‘ · .... " ~ * ··-~-’·‘=»­· -· '·~·~ · " W7