HomeHet karakter van het oud-testamentische verhaalPagina 15

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 7.82 MB

PDF (Volledig document), 33.33 MB

3
fl
ä
l I;
Ian categorie behoorend is-de Arabische a dïth, een woord,
mi dat ook alweer ,,vertell1ng" beteekent, maar waaronder 1n den
ICH Islam speciaal de gewijde traditie verstaan wordt, die den vorm
an, heeft van mededeelingen aangaande hetgeen Mohammed of de
y€_ gezaghebbende mannen uit zijn omgeving gedaan of gezegd of
Ct bevolen of toegelaten hebben, en die naast den Koran als richt-
__ snoer voor de godsdienstige practijk te gelden heeft. Door den
,€__ j zgn. isnäd of traditieketen worden al zulke verhalen en uitspraken
°Of aan de autoriteit van Mohammed of een der zijnen vastgeknoopt,
M___ 1 maar het staat door de onderzoekingen, vooral van den grooten
rC_ =ï Islamist Ignaz Goldziher, onomstootelijk vast, dat die Ijladïth
:€_ in werkelijkheid een verzameling is van de, elkaar trouwens vaak
;r_ genoeg tegensprekende, leerstellingen en meeningen van volgende
de f geslachten. Ook hier is de uiterlijke gedaante, waarin die stel-
1i_ lingen gekleed worden, niets meer dan een vorm om ze als deug-
,r__ l delijk en onaanvechtbaar voor te stellen. De beoordeeling van
En E deze handelwijze. zal- van den kant van moderne beschouwers
rij allicht niet gunstig uitvallen. Maar daarop komen wij straks nog
Let { even terug. · ­ I
he Het onhistorische karakter van die I·ladïth­vertell1ngen komt
m _ al bijzonder sterk uit in zulke verhalen, waar theologische en
1__ philosophische redeneeringen aan personen in den mond gelegd
m ï worden, die daar allerminst voor in aanmerking kunnen komen.
Br 9 Laat ik u uit de vele tradities van dien aard een enkel karakteris-
er tiek voorbeeld in verkorten vorm mogen mededeelen:
m Aboe Sofjän, aanvoerder der Koraisieten en felle tegenstander
>_ van Mohammed vertelt, dat hij, toen hij eens tijdens den wapen-
;_1 stilstand van Ijlodaibiya in Syrië was, met zijn stamgenooten, die
1__ _ bij hem waren, door keizer Heraclius ontboden werd. ,,Wie
16 A uwer," vroeg de keizer, ,,is het dichtst verwant met dien man,
ïn die beweert een profeet te zijn?" - ,,Ik", zei Aboe Sofjän.
ik ,,Welnu", liet hij door zijn tolk zeggen, ,,dan wensch ik dezen
__ i man te ondervragen en beveel de anderen om als hij onwaarheid
lq spreekt, mij dat te openbaren". Toen vroeg hij: ,,Hoedanig is
zijn familieafkomst in uw oogen?" - ,,Hij is van edele familie",
je zei Aboe Sofjän. ­­ ,,Heeft een ander onder u wel eens dezelfde
dingen geleerd als hij?" - ,,Neen". - ,,Heeft een zijner voor-
ï· ä ouders over u geregeerd?" - ,,Neen". ­ ,,Heeft hij zijn aan-
E