HomeStaatspensioneeringPagina 73

JPEG (Deze pagina), 1.23 MB

TIFF (Deze pagina), 8.15 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB



- 73 ~
Eenigen hunner kunnen geen ,,rechtsgrond" vinden voor staats-
pensioen, hoe vlütig zü ook zoeken. Er is echter aan deze rechtsgeleerden,
door een man van gezag in hunne kringen een ,,rechtsgrond" aan de hand ' S
gedaan. Het was MR. J. A. Lnvv, op de laatste vergadering der Vereeniging
voor Staathuishoudkunde en Statistiek 1) E;
` De rechtsgrond voor staatspensioen, zegt Mr. J. A. Lmvv, ligt in de .
erkenning en handhaving door den Staat van het bizonder eigendom. Deze
eigendomsvorrn is oorzaak dat Staatspensioen noodig is: ,,die pensioneering",
l Zegt MR. J. A. Lnvv, ,,vormt den cijns, dat wil zeggen de publiekrechtelrike
» vergelding, in den vorm van belasting, voor het feit dat van Staatswege
de privaateigendom erkend en gehandhaafd wordt." Er ligt hier voor veel
rechtsgeleerden, ook voor Mn. TREUB die de pensioneering wel als publiek-
. rechtelijke regeling maar toch niet anders dan met premiebetaling kan
- zien, wel een lesje te leeren. De heeren hadden een redeneering van gelijke
strekking als die van Mr. Lnvv en eveneens gegrond op de geschiedenis
j van den eigendom, doch in wat scherperen vorm en met verder gaande
­ gevolgtrekkingen, ook wel in veel Sociaabdemocratische vergaderingen Y-jjggj
. kunnen hooren. Doch het is zooals MR. Lnvv van zijn mederechtsgeleerden
' j zegt: ,,Onze blik te dezen aanzien was verduisterd door het Romeinsche recht, ·
A! dat het voorstelde alsof de privaateigendom de oudste vorm van eigendom
is en de openbaring daarvan het ,,recht van den eersten bezitter". De
il Geschiedenis echter leert, zegt hg verder, dat de private eigendom zich ä. ,_·_,
, heeft ontwikkeld uit ,,gemeenschappelük bezit"van ,,dorps of stamgenootenï
Deze ontwikkeling heeft in den loop der tüden zekere groepen verrijkt ten
, koste van anderen, die ,,bestond er een andere en vroegere eigendomsordening.
zeker in beteren toestand zouden zün". Waaruit volgt dat er rechtsgrond {
{ aanwezig is voor de staatspensioneering die poogt deze gevolgen gedeeltelijk gïïï
· te herstellen. Zoodat wü onze rechtsgeleerden die nog steeds naar een gïiij
. rechtsgrond voor de Staatspensioneering zoeken, naar hun collega MR. J. ’·...
A. LEVY kunnen verwijzen. ff
Andere tegenstanders hebben een ander bezwaar. Zg vreezen dat de zj?
jp Staatspensioneering, die zeggen zij toch eigenlijk ,,armenzorg" is, op de
· arbeiders ,,demoraliseerend" zal werken, hun eigenwaarde zal kwetsen, hun
zelfstandigheid zal knotten. Het is een bezwaar dat wellicht niet altijd,
doch zeker somtüds, in groote teerhartigheid zgn oorsprong vindt. Zoo
H beschouwen wij het bij Mn. H. B. Gnmvniv door wien dit bezwaar wel het
vriendelükste is geopperd. Bü staatspensioen zegt MR. Gnrivnn 2) ,laat zich ï«
j verwachten dat velen er een eer in zullen blüven stellen, het pensioen niet
j aan te vragen ook al behooren zij tot de kringen, voor welker verzorging
het stelsel moet dienen. Voor wie het pensioen wil genieten blüft dan het
jg pünlüke gevoel, uit de openbare kas te worden onderhouden. Ook al verklaart ;·
il men uitdrukkelük, dat het pensioen het karakter van bedeeling mist, in
/ het oog van hun standgenooten en ook van henzelven, wanneer het gevoel
van iierheid nog niet is afgestompt, zal het pensioentrekken het kenmerk 5 ~`_V
zün van zekere minderwaardigheid. BQ een pensioenstelsel, in hoofdzaak
uit eigen bijdragen, wordt dit euvel vermeden". Wü hebben op bladz. 34
en 35 en ook elders in dit geschrift reeds over den aard dezer ,,armenzorg"
gesproken. Zoo zullen, ter geruststelling van dezen vriendelüken hoog-
leeraar een paar woorden kunnen volstaan. De arbeiders, al hebben
zij geen hooger onderwüs genoten, beginnen de algemeene oorzaken der
‘T/E ‘”`,`
1) Bladz. 45 en 46 van het ,,Verslag".
2) Bladz. 13 en 14 van zijn preadvies.

ïrï