HomeStaatspensioneeringPagina 71

JPEG (Deze pagina), 1.15 MB

TIFF (Deze pagina), 8.52 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

1
. ~ 71 ­- ä
ä « In een brochure ,,1s Staatspensioen voor allen mogelgk," door Pnnro ,
- j wordt de uitvoering van het plan als volgt in een ontwerp van wet
omschreven: (bladz. 18).
· ä ,,Art. 1. Aan iedere vrouw en iederen man in Nederland verblijf
l houdend binnen het grondgebied van den Staat in Europa, die in de laatste
30 jaren voorafgaande aan het bereiken van den 60 jarigen leeftgd 1) in
, het volle bezit is geweest - en nog is - der burger- en burgerschapsrechten
l wordt recht verleend op een Staatspensioen ten bedrage van f . . . per
, maand behoudens het bepaalde bg art. 4 en 8."
, Art. 8. bevat eenige beperkingen: uitsluiting bij herhaald vonnis
van dronkenschap enz., die wij hier buiten bespreking laten; ze zgn trouwens ,
door Pnnro in een later geschrift niet gehandhaafd. 2)
, Het groote verschil tusschen den Bond voor Staatspensioneering en
t, ons is dus dat die Bond het Staatspensioen wil voor alle Nederlanders, en
wg er zulke Nederlanders van willen uitsluiten die het niet noodig hebben, ,
j die bg het bereiken van den pensioenleeftgd over een inkomen boven een ,
2 zekere grens, beschikken. 1
, Het verschil ontspruit zonder twgfel uit verschillend beginsel. De Bond
eischt het staatspensioen uit ,,algemeen menschelgk oogpunt"; als ,,liefdadig-
heid naar draagkracht" (bladz. 13), uit overweging dat het ,, de plicht is van den
; Staat de leden der maatschappg te beveiligen tegen rampen waaraan allen
g blootstaan" (bladz. 17). Wg eischen het uit overweging dat in het heerschende
l stelsel van voortbrenging, loonarbeiders en zij die in economisch overeen-
ï komstige verhouding met hen staan, in die mate worden tekort gedaan,
dat zij geen levensonderhoud hebben wanneer zg door ouderdom niet meer
werken kunnen. Er is hun een groot deel onthouden van hun aandeel in
L het maatschappelijk arbeidsproduct; het Staatspensioen is van dit onthoudene
een gedeeltelijke teruggave of terugname.
Er is naast het verschil in beginsel nog een vrij belangrijk onder-
scheid in wat de Bond en wg begeeren te bereiken.
Staatspensioen voor allen eischt aanzienlijk meer geld dan staatspen-
sioen tot gelijk bedrag voor hen die op 65­jarigen leeftijd geen of onvoldoende
inkomsten hebben.
Zoo achten wg. afgezien van het verschillend standpunt waarop de
eisch is gegrond, het voorstel van den Bond onpraktisch. Het maakt het
. Staatspensioen onnoodig duur. Er is geen aannemelgke reden om aan hen
i die er hoe dan ook in geslaagd zgn, op den leeftijd dat zg geen inkomsten uit
arbeid meer trekken, toch over voldoend levensonderhoud te beschikken, toch
, nog een bedrag aan Staatspensioen als toeslag te geven. En, gegeven de
v tegenwoordige machtsverhoudingen, zal het verkrijgen van het noodige geld
. voor Staatspensioen wel moeilijk genoeg zijn, dat we het bedrag niet on-
. noodig moeten vergrooten met bijdragen aan min of meer welgestelde,laat
[ staan aan rgke lieden. De Bond geeft aan de rijken en welgestelden ,,het
i recht om het pensioen niet aan te vragen." Wij zijn er niet zeker van dat
l van dit recht zoo regelmatig zal worden gebruik gemaakt, dat daardoor de j.
kosten ook slechts bij benadering tot het onvermijdelijke bedrag zouden
worden teruggebracht. Veel rijken en welgestelden zouden redeneeren: als
belastingschuldigen betalen we voor dit pensioen, we betalen zelfs wel het
dubbele bedrag of meer, waarom zouden we dan wgzer willen wezen dan

1) Er staat in dit art. een 60 jarigen leeftijd. In de toelichting echter wordt van ·
65 jarigen gesproken.
2) In ,,Pro en Contra" Staatspensioneering G. L. Jaivssmv, bladz. 13 bepleit de
schrijver Staatspensioen voor iedereen ,,zonder eenige uitzondering."
/