HomeStaatspensioneeringPagina 53

JPEG (Deze pagina), 1.10 MB

TIFF (Deze pagina), 8.42 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

il;
ëi
ën. .
- 53 ­
dm niet redelnk zijn. Er is 111 de invaliditeit zeker een groot stuk bedrijfs- jgïr
211211 invaliditeit, ongeschiktheid tot verder werken door het bedrijf veroorzaakt.
mg? Doch niet alle invaliditeit is geheel bedrijfsinvaliditeit. Een gedeelte komt
J @ op rekening van de omstandigheden, onder welke de arbeiders leven, de 1
slechte voeding, de slechte woning, de lange werkuren, in een woord de Q
0,6, slechte levensomstandigheden, die naar wij allen waarnemen, van onze
° ir voortbrengingsvvüze voor de arbeiders de uitkomst zijn. Dezelfde overwegingen, Q;
V1 dus dezelfde waarneming der werkelijkheid die ons hebben doen vaststellen dat
eene bijdrage voor ouderdomsvooiziening niet van de arbeiders kan worden il
genomen, voeren ons tot dezelfde slotsom wat eene bijdrage voor de "`
invaliditeitsvoorziening betreft. Zij ka11 niet tot eenig deel van de arbeiders
worden genomen omdat de voortbrengingsvvüze, naar deskundige vaststelling ·
zooals wij zagen, reeds zooveel van hen heeft genomen dat voor deze voor- .
ziening boven de nooddruft van elken dag, geen overschot is gelaten. Zoo
zal wat in deze voorziening niet aan het bedrijf kan worden opgelegd, op
overeenkomstige overwegingen als voor de ouderdomsvoorziening aangege-
ven door den Staat moeten worden verstrekt, die het zich uit belasting 1
heffing, als aangegeven, zal moeten verschaffen. ,1-, =
aar-. züntusschen bedrijf en Staat indit opzicht verscheidene verdeelingen _ jj,
di d mogeh k. W1 denken ons eene verdeeling van 2; ten laste van het bedrif "l^‘
3 i
J in e11 1/3 ten laste van den Staat. jj
>pen Zoo wij van het geraamde bedrag der kosten van f 14 300 621.-, ri
het noodig voor uitkeeringen, twee derden brengen op het bedrijf, dan geeft gi;
hen dit in een rond cijfer negen en een half millioen gulden. rg, Ji
»aal, Eene ruwe raming van het aantal personen van 16jaar en daarboven
iren die onder deze invaliditeitsvoorziening zouden vallen is 1 300 000. ln het “’,
rapport der Staatscommissie komen twee ramingen voor. Eene van de gj
ien- heeren Dr. A. J. vAN Pnscn en C. L. LANDRE op bladz. 307 van 1050 000 r, 1
l 5), personen. 1) Eene op bladz. 355 van de heeren Dn. J. C. Knovver en 0. L. Ei, _‘
ç of LANDRE van 1 100 000 waarbij reeds op een deel der groepen A enBuit de · j
1ter beroepstelling is gerekend. Zij zijn beiden gebaseerd op de beroepstelling
aar- van 1889. Wijl het hier slechts een zeer ruwe schatting betreft, kunnen ‘
we het cüfer verhoogen in verhouding tot de toeneming der bevolking. r,
1 te ""i
899 V"-'”-'_#_ 4
in het tweede derde zesde tiende jaar ­ .
‘ ouderdom in het eerste jaar van de nog van de van de van de
, bij de toewijzing na de rente­toe­ over- nog over- nog over- nog over- *j`_
‘ltS· 2 der rente wijzing levenden levenden levenden levenden Q
me 20 52.60 29.10 15.70 4.60 1.10 ‘ .
U 25 47.10 26.50 14.70 4.75 1.26 g
30 42.- 24.- 13.70 4.95 1.50 ; ‘
mm 35 37.-- 21.50 12.70 5.15 1.81 Q4 *
40 32.20 19.- 11.65 5.35 2.34 ‘
45 27.70 16.50 10.40 5.60 2.34 ë
50 23.20 13.75 9.40 6.01 3.77 ~.
**3** 55 18 75 11.40 8.70 6.55 5.29 •
60 15.15 9.70 8.50 7.40 7.70 1
· V- 65 12.90 9.80 9.35 9.50 11.28 ri
mz-- 70 12.35 11.25 11.25 12.50 16.23
"* 13.65 13.95 14.50 17.45 22.30 ‘
ten 30 18 ­ 18 90 20 07 24.36 30 37
[Ide Uit welke cijfers dus blijkt dat de sterftecijfers der invalieden, voor de eerste
ä“· jaren volgende op de rentetoekenning, voor de jongsten en de jongeren zeer aanzienlijk 1 ·,
eg hooger zijn dan voor de 60- tot 65­jarigen en de Göjarigen en ouder. ,7
04 De reden is dat de personen die vroeg invaliede worden meestal aan ziekten · 1
lijden die snel tot den dood voeren o. a. longtering enz. ,4 E
Og" 1) De bijlage die aangeeft hoe tot dit cijfer is gekomen komt in het Rapport di
niet voor.
fi i
irïää
1 ij
k
' ’ ~· -- - ­ . , ·¤. ._ A, »"?