HomeStaatspensioneeringPagina 51

JPEG (Deze pagina), 937.12 KB

TIFF (Deze pagina), 8.39 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

­ er -

2+
i Geraamd aantal invalieden voor Nederland per jaar. 5 Qi
xii?
(Op grond van de uitkomsten der beroepstelling van 1899).
ten G R O E P E N. 7
­l- -----­--­-­----­-- tl.
lag L ft°'d A B 0 OB Totaal
jfS_ ee ij . .... . . .,, Z
OO): ""i-' ._._._._..,_ ,_ ._ ,, ._.l...,_,ï..­­­ v
.1% Mannen. ‘ 4
rvü 20-22 jaar 21 40 9 5 75 .
23-35 ,, 171 408 110 46 735
,6,, 36-50 ,, 394 791 182 100 1467 I · : ,
Du. 51-60 ,, 758 953 216 173 2100
mg 61-65 ,, 696 570 , 149 152 1567
gg Totaal. 2040 2762 666 476 5944 Q
GH Vrouwen. ,·_
. ;·
ml 20-22 jaar 7 18 1 23 49
GH 23-35 ,, 42 102 9 165 318 Mi gj
36 -50 ,, 63 137 15 223 438 ëï
O4 51-60 109 173 26 398 706
d 77 V;
ag 61-65 ,, 80 110 20 331 541
76. Totaal. 301 540 l 71 1140 , 2052
it-
( A zijn de groepen XVIII en XIX, Landbouw, Visscherij en Jacht.
te B zijn de groepen I tot en met XVII, Ngverheidsbedrijven. ·
BH 0 zijn de groepen XX tot en met XXIII, Handel en Verkeer. 'T ;,
OB zün de groepen XXIV tot en met XXXIII. Overige beroepen .. Q
met inbegrip van losse werklieden. U
Wü vinden dus dat voor Nederland van de mannen en vrouwen, die gr .
lg in de beroepstelling 1899 waren opgenomen, het aantal invalieden van Qi
20 jaar tot 65 jaar, dat elk jaar kan worden verwacht, mag worden ge- '
raamd op: . W
5944 Mannen 1) ·
2052 Vrouwen. g j
n Wij komen thans tot de beantwoording der vraag: ,
2­ gesteld dat er elk jaar 7996 invalieden van 20 tot en met 64 jaar °
2- tot eene invaliditeitsvoorziening toetreden, in leeftijdsgroepen als in staat E: 1
n -­_­-- T
3- 1) Toetsen wij deze cijfers nog aan de verhouding tot de geheele bevolking in 5
,1 vergelijking met Daitsehland, dan vinden wij het volgende: , ‘
Voor Durllschland hadden wij voor de jaren 1896-1899 te zamen, in den leeftijd ,
1 van 20-65 jaar 169,328 mannen en 76863 vrouwen samen 246,191 of per jaar 61,548. Wij ,;
I` vonden echter dat wij dit cijfer moesten vermenigvuldigen met 1,6 om tot een gemiddelde 'il
I invaliditeitsfrekwentie te geraken (basis Daitschland 1904). Dit geeft 61,548 X 1,6 = 98,477 , E
li of 1,77 per 1000 over de bevolking (einde 1899: 55,468,000).
Voor Nederland vinden wij 5944 mannen en 2052 vrouwen, samen 7996 of 1,555 per _.
1000 over de bevolking (einde 1899: 5,139,000).
Het verschil komt tamelijk wel overeen met de kleinere percentage van de bevol­ .‘
t king in Nederland in de beroepstelling opgenomen vergeleken met Dwitschland. Voor {
3 Duitse/zland was die (1895) 42,7 pCt. voor Nederland (1899) 37,8 pCt. De verhouding tusschen
deze cijfers voor Nederland en Daitschland is als 1 tot 1,13. Terwijl de verhouding tusschen .5
‘ bovengenoemde invaliditeitscijfers 1,555 tot 1,77 is als 1 tot bijna 1,14. Wij mogen hieruit H `
besluiten dat in onze bewerkingen geen fout van beteekenis is gemaakt.
.§ J
i.
üï I
/ P?