HomeStaatspensioneeringPagina 50

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 8.39 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

g V ' "" '... ­ .... ,_,.-....,.,,. ,. Q , .. ` , , ,_ ,,_ ,_ , ,_ _; , ·•-•­~¢·*"·"^m»· _._V,`__ V _ _ W" Y Y
- 50 - ‘ d
Ad Groep A is Landbouw, Visscherg en Jacht. g
Li ,, B ,, Nijverheidsbedrüven.
gj ,, O ,, Handel en Verkeer.
ig ,, 0 B is Overige Beroepen, inbegrepen losse werklieden.
, Voor het gemiddelde per jaar zouden dus deze cgfers door vier moeten
gi:. worden gedeeld. ·
,3;; Nu nemen wy aan dat voor het jaar 1904, hetwelk wü als grondslag
{ N ' nemen, de indeeling der toegetreden invalieden naar leeftgds- en bedrüfs-
g groepen, in verhouding tot het totaal aantal dezelfde zal zgn als zij voor
de jaren 1896-1899 is geweest.
·¥·_ %2 Het totaal aantal voor 1904 was naar wg zagen, ook wanner wg met
ifiw _, de toeneming in bevolking rekening houden, zeer aanzienlük grooter. Wü
komen hieronder daarop terug.
_ Wü nemen verder aan, en het is niet waarschünlük dat aldus een
gj groote fout wordt gemaakt, dat de invaliditeitsveelvuldigheid, ook de verhou-
, ‘ ­ ding naar leeftüden en bedrüfsgroepen der invalieden, voor Nederland
. dezelfde zal zyn als voor Dallschland. Zoodat wg op grondslag van de
,,Uitkomsten der Beroepstelling 1899" voor Nederland, vergeleken met die
·‘ der Duitsche beroepstelling van 1895,1) tevens tot eene raming kunnen
komen van het aantal invalieden dat, naar de Duitsche cyfers, in Nederland
;­ · in het jaar 1899-1900 aanspraak op invaliditeitsuitkeering zou hebben
· verkregen.
4 ï)e verhoudingscüfers naar leeftüds· en bedrüfsgroepen voor 1904
zullen wy thans als volgt vinden. Het gemiddeld aantal per jaar tot de
uitkeering toegetreden invalieden van alle leeftijden heeft voor de jaren
V 1896-1899 bedragen 80 410. Het totaal toegetredenen in 1904 was 142 296.
. , Tusschen einde 1897 en einde 1904 wordt de toeneming der bevolking uit-
, 1 Pl gedrukt door 1,11 (53 781 000 en 59 596 000). ,
wy `I Zoodat we om de indeeling in dezelfde verhoudingen voor 1904 te
kunnen vaststellen als voor 1896-1899 is geschied, het totaal invalieden
._ E voor 1904 moeten terugbrengen op
1 , j ë 142 296 _
,. { - ïll ­­ 128 195.
Voor 1896-1899 vonden wü een totoal van 80 410. De verhouding
is dus
5; 128 195
eoeie Z 1’6‘
1, Wanneer wg dus de ervaringscüfers van het aantal toegetreden
. { i invalieden voor de vier jaren 1896-1899, ingedeeld naar leeftüds en be-
drüfsgroepen, vermenigvuldigen met 1,6 (zgnde de verhouding van de toe-
· neming der invaliditeitsfrekwentie tusschen 1896-1899 en 1904) en deelen
, door 4, dan verkrijgen wg, in gelgke verhouding van indeeling, de ge-
middelde toetreding van invalieden per jaar, hetjaar 1904 als basis genomen
g voor wat de invaliditeitsfrekwentie betreft. .
' L‘ Q Op deze wüze hebben wg, op grondslag van de uitkomsten der
‘ Nederlandsche beroepstelling van 1899, berekend wat, bü constante bevolking, 1
ï ä voor ons land het aantal elk jaar toetredende invalieden ingedeeld naar
. leeftüds en bedrüfsgroepen zou zyn. De uitkomst is dan als iïolgt:
1) Om de uitkomsten der Duitsche beroepstelling 1895 te kunnen vergelijken met
" die van Nederland 1899 hebben wij de Duitsche cijfers vermenigvuldigd met 1,062 zijnde
X äxmdêgiëggtdt d d ` d b 1 ' h 95t ‘
1 ~ et cij er a aangeeft e vermeer ering er evo king van Duitse land van 18 0
Yi « . 1 . ..r.. . ..... . .. .
5 j _,;·;;·;, »ï`ïfT `'ii l' 6 H V