HomeStaatspensioneeringPagina 46

JPEG (Deze pagina), 1.19 MB

TIFF (Deze pagina), 8.38 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

, - 46 -­
Q
lg gegeven, hoe wordt dan de invaliditeitsvoorziening door ons gedacht?
In een vorig hoofdstuk is de noodzakelijkheid betoogd van ouder-
domspensioen van Staatswege, intredende op Göjarigen leeftijd. Wat in de
gt eerstvolgende bladzijden over invaliditeitsvoorziening wordt, gezegd heeft
dus slechts betrekking op invalieden beneden den 65-jarigen leeftijd, wi_jl
zg met G5 jaar zouden overgaan in de ouderdomsvoorziening.
, Ook wordt aangenomen dat eene regeling voor voorziening in de ge-
volgen van voorbggaande ziekte is getroffen, die eene scheiding mogelgk
maakt tusschen ziektegeval en invaliditeit als blgvende geheele of gedeelte-
lgke ongeschiktheid, hetzg voor het beroepswerk hetzg voor meer of minder
andere soorten van werk.
De gevolgen dezer invaliditeit dus zullen grootendeels door het bedrgf
worden gedragen, de kosten der voorziening aan het bedrgf opgelegd, voor
_' zoover dit kan worden bereikt.
,- ‘f De voorziening in de gevolgen van bedrgfsinvaliditeit zal, in dezen
‘ gedachtengang eene uitbreiding zgn van de voorziening in de gevolgen van
,; ; ‘ bedrgfsongevallen.
, Zg zal evenwel beperkt worden tot personen wier loon minder dan
1200 gulden per jaar bedraagt. De rechtvaardiging dezer beperking ligt in
_ de overweging dat bg hooger loon eene zelfstandigheid van positie mag
ë worden verondersteld, die in staat stelt voorwaarden omtrent invaliditeits·
· voorziening van den werkgever te bedingen, of op andere eigen gekozen
· wgze deze voorziening te treffen.
De vraag doet zich voor of het bedrag der uitkeering naar denzelfden
maatstaf zal worden berekend als voor de invaliditeit tengevolge van
` ongeval. In onzen gedachtengang moet een anderen maatstaf worden
‘ ,, gekozen. De uitkeering voor invaliditeit, ongeacht op welken leeftgd
, Q zg intreedt, zal verband moeten houden met het ouderdomspensioen, in
Y het vorige hoofdstuk omschreven. De bedrgfsinvaliditeit is in het leven
i van den arbeider een vroege ouderdom. Vroeg, in meerdere ofmindere mate,
gi als gevolg van de bgzondere eischen door het bedrgf aan den arbeider
T gesteld. Zoo moet zg op den voet van ouderdomsinvaliditeit worden behandeld.
Zoo moet de uitkeering niet in verband staan tot het zeer verschillende
loon der valiede werkers, doch in verhouding tot de kosten van levens-
` onderhoud, evenals het ouderdomspensioen. En zal zg worden toegemeten,
,. evenals het ouderdomspensioen, meer of minder ruim, meer of minder schriel,
.i Q? naar gelang van de hoogte der ontwikkeling die het besef van maatschappe-
·· j lgke betamelgkheid heeft bereikt.
Zoo zal de heffing der kosten in deze invaliditeitsvoorziening, voor het
i deel dat van het bedrgf wordt geheven, niet noodzakelgk rekening met de
" looncgfers moeten houden. Waar het op aankomt is het aantal arbeiders
g, in het bedrgf, wgl het bedrag der uitkeering voor allen gelgk zal zgn.
x Hetgeen niet wegneemt dat dezelfde loonstaten die voor de ongevallenwet
·i dienst doen, ook als gegevens bg deze heffing kunnen worden gebruikt; even-
' i min belet om voor bedrg ven waar een afwisselend aantal arbeiders in dienst is,
uit het totaal loonbedrag, naar bepaalden maatstaf, tot het aantal ver-
~ i schuldigde invaliditeitsbgdragen te besluiten. Er zal dus van de bedrgven
i 5 een bedrag per jaar en per arbeider worden geheven, lager of hooger naar
°_ ¤ gelang van de invaliditeitsklasse in welke het bedrgf is geplaatst, voor de
i arbeiders die niet vast in dienst zgn in verhouding tot het deel van het
‘ g jaar dat zg in het bedrgf hebben gewerkt; eene regeling die geene andere
j · administratie voor de bedrgven noodig maakt dan voor onze Ongevallenwet A
j j thans reeds is vereischt. ”
De uitkeering bg invaliditeit zal dus gelgk zgn aan het ouderdoms-
. 3 , _ w “" '
xt · " *"" v l"""""`""'