HomeStaatspensioneeringPagina 41

JPEG (Deze pagina), 1.13 MB

TIFF (Deze pagina), 8.43 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

­ 41 -
· i`
HSIOGYP Bedenken wg nu dat in Denemarken de arbeiders die tusschen 50
en 60 jaar ,,bedeeld" worden uit de pensioneering vallen dan moeten wg
ons cgfer verhoogen. Een zeer sterke verhooging zal het waarschgnlgk niet
.d moeten zgn, wgl de zeer onredelgke bepaling en de als zeer hard gevoelde * ,
J van straf, daar wel hun werking zullen doen, door dit aantal ,,bedeelden"klein .; ,
te houden. ;»?§
Wg stellen dus het geraamde aantal 65­jarigen en daarboven die *1_
voor Staatspensioen in aanmerking komen (basis bevolking 1904) op rond
eoooo, ,
dat is anderhalf maal hooger dan wg volgens VLn1eEN’s raming zouden xt
komen, en aanzienlgk lager, slechts ongeveer drie vijfden van Mn. Mnl- ,5-
LARD’S raming.
Ons cgfer van 90000, wg erkenden het reeds, is ook slechts een
raming. Doch het is een raming die uitgaat van een ervaringscgfer voor A
Dmemarken gevonden, nadat de wet 9 jaar in werking was. Een tgdstip F"
. waarop snellere rgzing dan in verhouding tot de bevolking reeds minder t · ‘
[gen te vreezen is. De verhoudingen zijn zonder twijfel in veel opzichten daar {gj
anders dan hier, ook is de pensioengrondslag in ons voorstel aanzienlijk
000 hooger dan voor Denemarken, hetgeen van eenigen invloed kan zgn op het
hat aantal dergenen die in de termen vallen. Evenwel zeer waarschgnlgk niet
van grooten invloed, want de pensioneering betreft daar zoowel als hier
Wim personen die bg het ingaan van den pensioenleeftgd geen inkomsten uit il
WU besparingen hebben, waard om te vermelden. Althans voor ons land zagen
MB wg dat dit vrgwel de werkelgkheid is. Dat dus voor ons land het pensioen- '»
im bedrag hooger is, zal zich slechts weinig uitspreken in het aantal gepensioneerde 1
de personen, daarentegen zeer belangrgk in het bedrag der kosten.
lu Wg zagen dat de kosten in Denemarken in 1901 hebben bedragen ja.,
IS iets meer dan f 3600 000.- op eene bevolking van 21/2 millioen, uitmakende “ lag,
*61 f 1.44, stel anderhalve gulden per hoofd. r ‘Q¤1
gt De kosten volgens ons voorstel zouden bedragen: `
gr 90 000 X f 225.- = "?f
E 20 225 000.- gulden, ~'
D makende op een bevolking van 51/2 millioen (einde 1901) f 3,70, stel drie
en drie kwart gulden per hoofd der bevolking. Wij trekken hier niets af Tj
H voor de vermindering met de helft van eigen inkomsten boven de honderd- ,
1 twintig gulden per jaar der pensioentrekkenden die wij hebben voorge­ 7;-%
1 steld. Het bedrag zal, denken wg, niet van overwegend belang zgn. Doch *,3/;
voor wat het is, werkt het in de richting van vermindering der kosten. `
‘ Moeten wij nu gaan uitleggen hoe wg meenen dat de Staat de twintig Q
millioen per jaar moet vinden, die volgens dit voorstel als minimum voor i 0
. Staatspensioneering noodig zgn? , l
Wg meenen dat het van ons niet wordt verwacht. Er is geen twijfel ti E-Q
dat, zoodra er in onze wetgevende lichamen eene meerderheid is, die deels M
uit eigen aandrang, deels gedreven door de kiezers,overgaat tot het invoeren
van Staatspensioen, het middel om den Staat de vereischte inkomsten te
verschaffen zonder moeite zal worden gevonden. Hetzg de twintig millioen ` f
volgens onze berekening, hetzij de dertig zoo die er noodig zgn voor het ?
pensioneeren van een grooter aantal, zoo onze raming toch te laag mocht rg Y
blgken of de aanvangsleeftgd te laat. Het komt aan op het willen of het
, moeten, niet op het kunnen. Zoodra Staatspensioen mogelgk is, zal van
1 jl;
ti , . er .r.. r ( o ’t