HomeStaatspensioneeringPagina 37

JPEG (Deze pagina), 914.77 KB

TIFF (Deze pagina), 8.24 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

ll

­ sv ­
.
xm In het jaar 1901 hebben de gemiddelde uitkeeringen bedragen (de ‘
Kroon ad 65 cent berekend):1) ‘ E
en per hoofd over ,
an het totaal
et Gezinshoofden. aantal ondersteunden. iïl
er- In Fredriksberg . . . f 119,60 f 104,63 #1
en ,, Kopenhagen . . . ,, 110,70 ,, 90,35
i· ­. i;
lg peihhtoojfdè oïrer ï ‘ 5
, _ e 0 aa 1
[$3 Gezinshoofden. aantal ondersteunden.
)€ In de andere groote steden hoogste f 125,25 /‘ 94,60
m laagste ,, 94,75 ,, 73,55
le In de kleinere steden. . . hoogste ,, 107,10 ,, 82,55
,,1 laagste ,, 85,55 ,, 65,85 ë
,d . Op het platte land .... hoogste ,, 75,45 ,, 54,05 {iw
ls laagste ,, 57,15 ,, 40,35 l` /4
H Gemiddeld over het geheele land ,, 83,05 ,, 60,55 = ,,,,
,i_ (Kronen 127,78 Kronen 93,13).
gg Het aantal pensioentrekkenden bedroeg in 1901:
h Mannelijke gezinshoofden ....... 12940 gg?
H Vrouwelijke id. ....... 169 . tl
H Mannelüke alleenwonende personen .... 6725 ,
,_ Vrouwelijke id. id. .... 22659 *0
,0 Gehuwde vrouwen en gezinsleden .... 15854
9 Totaal . . 58347 .
1 Voor 1902 was het totaal 60484. E,
0 In 1893 was het aantal 43826. T4
S Toename dus ongeveer 38 0/0. ‘
, " In de groote steden was de toename 65 0/0 en hooger, op het platte àfgáh
0 land slechts 28 0/0. V
{ In percenten van de bevolking bedroeg het aantal pensioentrekkenden # i
I 2,38 procent (ong. 2 0/0 in de groote steden en 2,62 0/0 op het platteland). .
[ Het cijfer over de geheele bevolking was in 1894 2,10 0/0, Q `;T
. Zonder de 60-65-jarigen en zonder de gezinsleden bedroeg het aantal Jy
. gepensioneerden in 1901: 36952 op een bevolking van ongeveer 21/2 mil- jj. ,
. lioen. Het aantal feitelijk pensioentrekkenden (gehuwde paren en gezinnen
als een gerekend) van 65 jaar en daarboven bedroeg dus ongeveer 11/2
. procent der bevolking. 5/' 1
, Men herinnert zich dat artikel 5 der wet de keuze laat tusschen on-
dersteuning in geld of in levensmiddelen, of verpleging in tehuizen. De ,6
praktük der wet is dat de pensioengerechtigden, althans in de steden, zelve 1 T j
de keuze hebben tusschen uitkeering in geld (of in levensmiddelen), of ver-
pleging in een tehuis. Het aantal opgenomenen in tehuizen is niet zeer _ , {
belangrük. Het bedroeg in 1901: ‘
» 80 gehuwde paren.
* 405 mannelüke alleenwonende personen.
530 vrouwelüke ,, ,, g
1) De volgende cijfers zijn ontleend aan ,,Statistiske Meddelelser Alderdomsunder-
stöttelsen i Aarene 1897-1901." Uitgave van het Rijks­Statistisch Bureau, Blanco Lunos y
Bogtrukkeri, Kopenhagen 1903
Ftê
`•
· iài g-
ld
"ï‘ ;•=. .m 4 ­, gw--H W W _, V,_V_._rA Y rml 0 V 0 V