HomeStaatspensioneeringPagina 34

JPEG (Deze pagina), 1.16 MB

TIFF (Deze pagina), 8.24 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

l ~­ 34; -
Als gelgkbereohtigde met den Rgksingezetene (I-Ieimatsberechtigten)
geldt in dit opzicht de gescheiden levende of gescheidene vrouw of de
weduwe die niet zelve Rgksingezetene is, doch met een Rgksingezeten
man is gehuwd of gehuwd geweest."
r. Artikel twee bevat beperkingen. Van de ondersteuning zgn uit-
gesloten: ct. zg die veroordeeld zgn voor eene daad die naar de openbare
gg _ meening onteerend is en die geen eerherstel hebben verkregen; Z2. zg wier
‘; onvermogen om in eigen onderhoud te voorzien gevolg is van verkwisting
en losbandig leven, of die hun toestand door schenkingen aan kinderen of
al aan anderen zelf hebben veroorzaakt; 0. zg die korter dan tien jaar in
‘ het land wonen, of in dat tijdperk armenbedeeling hebben genoten of ver-
oordeeld zgn voor landlooperg en bedelarg.
Artikel drie en vier bepalen dat elk die ouderdomsondersteuning
V M verlangt, zgn daartoe strekkend verzoek met de noodige toelichting moet
“ indienen bg het gemeentebestuur van de stad of het dorp zgner inwoning.
Verder de wgze van behandeling der aanvragen door het gemeentebestuur;
j l dat na onderzoek het bedrag der ondersteuning voor elk bgzonder geval
vaststelt.
Artikel vgf luidt: ,,De ondersteuning moet het noodige voor onder-
houd van den ondersteunde en zgn gezin toestaan, en in geval van ziekte
>» de kosten van behandeling en verpleging. Zg kan echter behalve in geld
‘#<{ ook in natura worden verstrekt en waar de omstandigheden het vereischen,
_ ook bestaan in de opname in speciaal daartoe bestemde tehuizen."
Q Art. 7, 8 en 9 bepalen dat de ondersteuning door de gemeente van
L , inwoning van den aanvrager wordt verschaft. De Staat betaalt de helft
, , der kosten tot hoogsten 2 millioen Kronen 1) (een kroon is 65 cent).
_ ' Art. 10 bepaalt het beroep dat de aanvrager tegen de beslissing van
,j"= ’ het gemeentebestuur heeft op hoogere colleges.
' Art. 11 bepaalt den datum van in werking treden der wet op 1 Juli
1891, uiterlgk 1 Januari 1892 2).
Wat zgn nu tegen deze Deensche wet de meest gangbare bezwaren?
‘ . Ten eerste dat zg geen verzekeringswet is, wgl wat zg biedt geen ,
verzekering is doch verzorging van Staatswege. Dit bezwaar, telkens opnieuw
ingebracht, is zeer juist. Het opschrift van de Deensche wet spreekt trouwens
in het geheel niet van ,,verzekering". Het luidt: ,,Wet op de ouderdoms-
ondersteuning voor waardige hulpbehoevenden buiten de armenzorg". Het
bezwaar is, naar wg zagen, voor de arbeiders niet overwegend. Het is niet
de ,,verzekering" doch de zekerheid die zg begeeren.
‘ Doch juist omdat het geen verzekering is, is het ,,armenzorg" zegt
, de Staatscommissie (blz. 17), en de Bglage van de Memorie van Toelichting
(bladz. 2), en vrgwel alle deskundige Staathuishoudkundigen zeggen het met
hen. Het is inderdaad zorg voor de armen. Doch naar wg zagen uit de waarneming
~ van den ,,feitelgken toestand", zgn de armen voor welke hier wordt gezorgd,
niet enkelen, doch de zeer groote meerderheid der werkers. Hun armoede
is de uitkomst van een stelsel dat het hun onmogelgk maakte om rgker
g te worden. Zg hebben gewerkt en zg hebben ,,gespaard". Doch hun ,,sparen"
EQ kon hun armoede niet verbeteren, was van hun armoede de noodzakelgke
E , uiting, de begeleidende verschgning. Het stelsel dat hen al werkende arm
J j deed blgven, deed hen al werkende rgkdommen voor anderen vergaren. Het
» stelsel maakte de armen en de rgken tegelgk. De Staat heeft het stelsel ·
gesteund, bestendigd en bevorderd, moet het ook thans nog steunen en
W 1) Dit ,,ho0gste bedrag" evenwel, wordt reeds sedert verscheidene jaren overschredem
2) De wet is in 1902 gewijzigd op punten van ondergeschikt belang.
I _ y `; "_ 7 ä·~>«§_,. .,1.,....r..c.a "‘ ‘’"` x ‘ ` Vi "‘"`