HomeStaatspensioneeringPagina 28

JPEG (Deze pagina), 1.19 MB

TIFF (Deze pagina), 8.21 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

9 ­- 28 -
in zgn juiste beteekenis. Het gaat uit van de erkenning dat de toestand der
f çï oude arbeiders niet kan blgven zooals die is. En op den grondslag dezer
erkenning is het de bewuste en wel overwogen poging om de kosten dezer
wgziging in het maatschappelgke leven door de arbeiders zelven te doen
ïïjï. betalen. De voorstanders van dezen maatregel weten uit eigen waarneming
dat de toestand der oude arbeiders, het feit dat zg geen levensonderhoud
meer hebben, noodzakelgk voortvloeit uit dit andere feit, dat zoo lang zg
werken konden zg nauwelgks levensonderhoud hadden. Zg weten uit eigen
waarneming dat afzonderen van een deel van het loon terwgl de arbeiders
; ` werken, om voorziening te treffen voor den tgd dat zg niet meer werken
kunnen, voor dezen een onmogelgkheid is. Zg weten dat plicht tot premie-
i i · betaling den arbeiders opgelegd een rechtstreeksche loonaftrek is. Eene
> , inkrimping op nooddruft, of op zgn gunstigst en even scherp treffend, een
. i' inkrimping op uitgaven voor het niet volstrekt onontbeerlgke, voor iets
betere woning, iets betere kleeding, iets meer ontwikkeling, iets meer
vermaak. Het is geen verplaatsing van besparing. Want de besparing die
er was kon voor den ouden dag niet dienen. De premieopbrengst die in
Duizfscizlcmd in 1894 reeds 90 Millioen Mark bedroeg heeft geen verminder-
den invloed gehad op het cgfer der besparingen. Mr. r>’AULNrs DE BOUROUILL
heeft dit voor de jaren 1886-1894 voor Duizfscizlavzd in vergelgking met
andere landen waar de premieheffing niet of nog niet bestond berekend
"g ‘ (Rapport Staatscommissie Bijlage V bladz. 246~247). De klimmende reeks
der besparingen is door de premieheffing niet verstoord. Waaruit men kan
· opmaken dat voor de premieheffing de besparingen niet voor ouderdoms-
l 4 voorziening waren bestemd. Na de premieheffing zgn de besparingen, men
w . herinnert zich hunne beteekenis in het arbeidersleven, even noodig gebleven
' als vroeger. Het door de arbeiders betaalde bedrag der premien is dus
* gekweten uit dat deel van het loon dat vroeger aanstonds werd verbruikt.
gl De uitgaven voor onmiddellgk verbruik moeten dus met het premiebedrag
zgn verminderd. Eene vermindering die als eene ontbering moet zgn gevoeld.
Doch de voorstanders van__ den verzekeringsplicht zeggen, het geld
moet er komen. Het is niet te onïgaan. Uit onze zakken, door de arbeiders
gevuld, zouden wg het kunnen nemen. Doch dat doen wg niet zoo lang
wg niet moeten. Thans moeten wg nog niet. Dus doen wg het niet. Wg
hebben nog de macht het onontbeerlgke te nemen uit het weinige dat in
de zakken der arbeiders komt. Dus doen wg alzoo. Dan is deze voorziening
een nieuwe last den arbeiders op de schouders gelegd. Des te erger voor
hen. Doch, wat ons betreft, ligt de last beter op hunne schouders dan op
‘ de onze.
Zoo is het opleggen van dezen verzekeringsplicht aan arbeiders, een
aanval van de bezitters, de bevoordeelden der voortbrengingswgze, op de niet
bezitters, de arbeiders, de benadeelden. Een wellicht laatste uitval eer het
jf g, · te laat is. Het is geen uitbreiding van Staatszorg voor arbeiders. Het is
een inkrimping. Want het is een poging om uitgaven die thans voor een
ëï deel uit openbare kassen werden bekostigd, uitgaven die niet op hun schriele
r peil kunnen worden gehouden, wier stgging onontkoombaar is, af te wen-
, telen. Af te wentelen althans het bedrag der stgging, zoo niet ook een deel
jr van liet reeds bestaande.
¢ Dit is de verzekeringsplicht in zgn konsekwenten vorm, zonder staats-
bgdrage in de premie. Verzekeringsplicht en staatsbgdrage zijn principieele
tegenstellingen. Wanneer, zooals wg voor Nederland zagen, de werkelgk­
heid is dat het loon niet reikt voor levensonderhoud van oude arbeiders,
dan is de konsekwentie van staatsbgdrage: Staatspensioen. Of hetgeen voor
de uitbreiding der ouderdomszorg noodig is, nemen van de arbeiders omdat
sê.,
:1