HomeStaatspensioneeringPagina 15

JPEG (Deze pagina), 1.21 MB

TIFF (Deze pagina), 8.16 MB

PDF (Volledig document), 87.90 MB

Y W J M _ , J _ _, .`f..w...»............~«,.«­·.«;.,,·­.»uw.¤·­m»:«;4»«;·­4=»»,a·.··~­¢g¤·.ik TFT.?
ä

- ie ­ ajä
noodstand bg geheele lagen der bevolking voor, zoo zou de mildste wel-
dadigheid te kort schieten en, ter afwering van pauperisme, de publieke ,1;
kas ter voorziening worden opgeroepen. Hiertoe echter is, in een zin als
hierbedoeld, de staat noch verplicht, noch bij machte; een stelling die naar , «
het oordeel van de ondergeteekenden voorshands geen betoog vraagt. 2..
Is afwenteling van eigen ouderdomslast op anderen, gevallen van {
buitengewonen aard uitgezonderd, zedelgk ongeoorloofd, zoo volgt hieruit ’ ,
de zedelgke verplichting om in de jaren van zgn normale kracht zelf voor _
Q zgn toekomst te zorgen. Dit klemt vooral voor hen, wier inkomen uit '‘«· ,
” arbeid beperkt is, daar deze in den regel tot een klasse der bevolking ;_<
behooren, waarin ook bg hun bloedverwanten niet over genoegzaam S
ruime middelen ter ondersteuning van anderen beschikt wordt. Ook de i i
, Staatscommissie, ingesteld bg Koninklgk besluit van 31 Juli 1895 n¤. 21,
1 ontried deswege de laagste inkomens buiten beschouwing te laten (Verslag
d.d. 2 Juli 1898 van de werkzaamheden dier Commissie blz. 451. Juist
hieruit echter volgt, dat het geen doel treft zoo men deze zorgen voor de j
11 toekomst aan het vrge individueele initiatief overlaat. Immers de beperkt-
l heid zelve van het inkomen is hier de ernstige belemmering; de geringe 5. %
I voorhanden middelen worden schier van zelf voor de behoefte van het
· oogenblik opgebruikt. Zorgeloosheid op jeugdiger, klimmende zorgen op
meer gevorderden leeftgd verergeren het kwaad. En ten overvloede heeft j,
het onderzoek der Staatscommissie blgkens het verslag, bladz. 9, dan ook il ,
tot geen ander resultaat geleid, dan dat de gegadigden, die hier in aanmerking I i
komen, in den regel met voor hun toekomst zorgen. Sparen, hoe prgslgk ·{, ‘
op zich zelf ook, hielp hier niet, want tgdelgke behoefte stuit telkens het
sparen en de nood door invaliditeit treedt in lang eer er voor genoegzaam
I sparen tgd was; ook worden spaarpenningen bg ernstige verlegenheid van »$
l het oogenblik onvermgdelgk aangesproken. En wel bood het verzekerings-
, wezen ook aan het individueel initiatief hiertegen eenige hulp, maar op rg
particulier terrein kan premiebetaling gestaakt worden en is een polis .·,
pi verkoopbaar. Waar dan nog bgkomt, dat de onthouding der meesten den ji
, noodigen prikkel en de goede kans ook aan hen ontneemt, die anders zelf gi
tot handelen bereid zouden zgn. Bg dien stand van zaken schgnt het geboden
i de zedelgke verplichting, waar dienstovereenkomst ontstaat, tot een weitelgke ryï
te maken, en aan allen wier inkomen uit arbeid beneden zekere grens
blgft, de verplichting tot verzekering op te leggen." W
De beide aanhalingen samengevat stellen de rechtvaardiging van ver- jl
‘ plichte verzekering zeer duidelgk. je
{ In andere woorden staat de zaak aldus: ·r
Wanneer wg de arbeiders maar laten begaan, ze hun loon maar laten [Yj
besteden zooals ze begeeren, dan is het op wanneer dit het meest noodig wordt, ‘ 1.*
‘ namelg k wanneer ze niets meer kunnen verdienen en toch nog maar voortleven. ,.
` We zouden dan de jongen kunnen dwingen aan de ouden den kost te
geven. In de gevallen waar dat kan doen we het ook. Maar in veel
gevallen kan het niet, want hebben de jongen voor hun eigen instandhouding
geen of nauwelgks kost genoeg. äë
De ouden die ,,hulpeloos" staan, volstrekt laten omkomen, is in strgd
met onze begrippen van betamelgkheid. Ook het ,,mede1gden" zou, volgens . ?
MAURICE Brock, ons er van terughouden. Deze hulpeloozen in het leven te (
houden echter kost geld. ri,
Zullen wg dit geld uit de staatskas nemen? Dat kan niet, want ieder
moet zorgen voor zich zelf. "
We zullen dus het geld voor het onderhoud der hulpelooze ouden nemen ..» *
uit de zakken der arbeiders zelf. J
'wfä
.;·$
r EW
«­·-­~»·"····" {ir · ­« , ·~­. A · ï< ­~ A __ ~ ’jj"ï";¥ï;‘ 13*20