HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 38

JPEG (Deze pagina), 832.52 KB

TIFF (Deze pagina), 7.52 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

M ‘ l
J jl l l
j t { « Het lIot` van Rekeningen heeft door zijne mededeelingen ons met het t
l I " kwaad bekend gemaakt. Welnu , wat hebben wij gedaan? VVij deinsden i
j terug, om 1,800,000 Franken door de Ministers te doen betalen; 3
; A · bevonden dat dit onmogelijk kon gebeuren , en de Staat droeg Q
j » de uitgaat`, niettegenstaande wij van de schuld der Ministers overtuigd
waren. Wij bevonden ons, bij die gelegenheid, onder den druk van ' ­
de afaits aecomplis. »
I tdk weet zeer wel, dat het tegenwoordige Hot` van Rekeningen evenmin
als het toenmalige zulke misbruiken zou kunnen weren. Maar het kwaad i
zal eerder ter kennis van den Vetgever komen, en de waarborg
bestaat dat het niet zal verzwegen worden, V
, « Men spreekt altijd van vertrouwen , ik beschouw vertrouwen in geld- J
l zaken eene onnoozelheid, en zal tegen het amendement stemmen. >> l

, ` Het zou eene herhaling wezen van hetgeen in de Kamer van Ver-
= tegenwoordigers werd aangevoerd, ten voordeele der heide stelsels,
z indien wij hier verder een verslag gaven van de in den Senaat j
plaats gehad hebbende diseussiën. Het zij genoeg, hier te vermelden ,
t , dat. het amendement van de Commissie met 2l tegen d2 stemmen
ii i werd verworpen; daarentegen werd het artikel aangenomen, alsook
t l_ ‘ later de geheele W`et met 98 tegen 3 stemmen.
I Men zal het vorenstaande wel opgemerkt hebben , 10. dat het
E l ' geschilin België niet heeltgeloopen over de vraag, om de betalingsstukken
· door het Hof van Rekeningen te doen onderzoeken vóór de betaling
t g ot`na de betaling; 2**. , dat niemand heeft beweerd, dat het repressief
‘ stelsel van art. 115 der Belgische Constitutie weder wierd opgeheven M
i j` door het preventief toezigt in art. H6 vervat, zoomede 30. , dat _
ook niet werd beweerd . dat een onderzoek der stukken vóór de be- ·
ik taling alle misbruiken zoude voorkomen, maar 4°., dat de Nationale
· t i Vertegenwoordiging geene regels wilde gesteld hebben aan het Hot` van j
Rekeningen omtrent deszelfs bevoegdheid tot controle, en dat dit Hol`
alzoo ook bedenkingen mag maken tegen het niet op de wet gegrond
A zijn van de uitgaven. - Het middel van betaling bij erediet­ g
, ` opening is bij de wet zeer beperkt, en toch is de dienst verzekerd ·
Q ' Alle belemmering van de zijde van het Hof van Rekeningen heeft ·
` opgehouden, doch de handhaving van eene onbeperkte eontróle bij 3
l dat Hof is beschouwd als een van de beste constitutionele waarborgen, i
voor welks behoud de Volksvertegenwoordiging behoorde te waken.
~­·-·»=··‘·~­­­ E
lt
‘· l

. rjl