HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 37

JPEG (Deze pagina), 895.08 KB

TIFF (Deze pagina), 7.47 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

V
·- 35 - j
istcriën te zich niet juist zoo heeft toegedragen, als de geachte graaf ne Qukaitfs
n en zich beweert; de wetgevende magt had tot aanmoediging der transatlan­ ‘
Het Zon tische vaart, eene som toegestaan, die over den tijd van veertienjaren _
Je wijzen. zou worden omgeslagenn. Het Gouvernement heeft gemeend , de tot aan-
koop van het schip, over die jaren op de begrootingcn te verdeelen
ienoemcl, som dadelijk te kunnen besteden. Het kan eene dwaling in de toe-
sten naar passing der wet zijn, maar het bewijst niet de strekking van het j
eigeujgj Gouvernement, om zich aan het Hof van Rekeningen te onttrekken. K
moeten « De tegenwoordige wet zal zoo iets niet beletten, de c0mptabiliteits­ ·,
agen_ wet wel. T
voor dg «Zoo zeer als iemand wensch ik, dat liet toezigt van het Hof van l
ier mj, r Rekeningen krachtdadig en onafgebroken moge zijn, ik erken, dar,
erst ten i wanneer men binnen de grenzen, door de Grondwet bepaald,blijt`t, ·
irdigers dat toezigt den besten waarborg voor een regelmatig beheer dex·
tag; tc financiën is, maar men moet zijne bevoegdheden niet te ver uit- t
·i·,­gjk0,. strekken. Deze bevoegdheden, ingesteld met oogmerk om misbruiken J
oor dc te voorkomen, of ter kennis van de wetgevende magt te brengen, {
`moeten niet ontaarden en niet strekken om de uitvoerende magt te I
i_ DC belemmeren, zoodat zij afhankelijk wordt, en hare pligten jegens ii
gl, DC den Staat niet .langer kan vervullen.): ’
ingen l De markgraaf Dasmtvmc ne Bmsmn: « Er ligt niets nieuws in hetgeen
jepd; men u heden vraagt, het is de bekrachtiging van hetgeen bestond
2-kas sedert de oprigting van het Hof van Rekeningen.
Cam « Het is waar , dat men den tegenstand van het Ilof dikwerf lastig V
ivm, heeft gevonden, en het daarom heeft willen terugbrengen tot de V
i het bevoegdheid om aanmerkingen te maken, maar ik moet opmerken, 2
·, 9 ,, dat die aanmerkingen meestal tot gcenerlei gevolg lciden,en dus nutteloos A
,8,,;% zijn, omdat men hier te lande voor de «taitsaceoxnplis» terugdeingt,
weg al zijn deze ook van zwaarwigtigen aard. J,
,6,.8 nlk voor geloof dus, dat het Hof van Rekeningen de goed- i
i ;,, keuring des lands verdient, en zijne pligten heeft volbragt,
,6,, « Men heeft gesproken van de British Queen., maar, mijne heeren ,
cn zag men ooit eene meer zonderlinge handelwijze? Wij staan ing
00, aanmoediging der transatlantische vaart eene som loe, over veertien
jaren te verdeelen, en eensklaps kapitaliseert men die som, en koopt
in, " twee schepen. Gij weet wat er van geworden is.
de i « Het eene verongelukte , en het andere trof zoo goed als hetzelfde log
et " want men heeft het niet kunnen gebruiken. Twee ministcriën hebben
H, daaraan schuld, het eene door de som te kapitaliscren, het andere door
den koop gestand te doen, zonder gebruik te maken van eene ontbindende
nt voorwaarde, krachtens welke de koop nog had kunnen vernietigd worden,
ir
E
r »