HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 35

JPEG (Deze pagina), 844.97 KB

TIFF (Deze pagina), 7.43 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

4
t

.. 33 .._ i.
L 116 d€1' Dit amendement is art. 17 der wet geworden, wij achten het
om te he- nutteloos het hier te herhalen. Het voldoende de gronden op te i
Jrdm O"€I‘· geven waarop sprekers amendement rustte ; hij zegt: « de voorgestelde D
er bepaling is tegen mijn gevoelen aangenomen, ik heb er niet voor
dat de be- « gestemd. Ik was van eene andere meening. Het scheen mij toe ,
ement de '«< dat wij voor de pensioenen hetzelfde stelsel als voor de andere uit-
]_ dan b€‘ agaven moeten aannemen; dat wi_j het HOF van Rekeningen niet i_
hmm uw umogten veroorloven den loop des Bestuurs te belemmeren; dathet T
l' In dat « voldoende zou zijn, wanneer liet Hoi` van de bewijsstukken kennis
in, » j « droeg , en dat, indien het Gouvernement zich met het Hof`niet kon ver- 1
heeft lU· itslaan, het zijne toevlugt tot art. 14 moest nemen, namelijk, dat
antie tot J «alsdan de Ministerraad zou beslissen. Ik had in dien zin een arti-
het ziisrz « kel ontworpen; het vond geen bij val, en ik heb de eer het aan de
' «Kamcr voor te stellen. Het strekt om voor de pensioenen hetzelfde
lkh°d€¤ j ii stelsel te volgen als voor de andere uitgaven is aangenomen. » j
nmerd? i iva eenige beraadslaging is dit amendement in de wet gebragt.
’m t°€‘ f De wet zelve is met eenparige stemmen (GG) aangenomen, f
"klOV€" V waaronder wij die van den Heer MALOU, Minister van Financiën, L
mende opmerken. t
beroep C
5. Het [ En hiermede konden wij besluiten, doch daar in België de Senaat
’ 5 ook het regt van amendement heeft, en zijne beraadslagingen daarom
gpunt vrijer en van meer belang zijn dan die van zulk een Staalsligehaam
heil? , in andere landen, waar het dat regt niet bezit, vermelden wij tevens
ZIJHC hlll (ICH Ell ZlU(l€[' Vilïl dlG l)Cl'El3(lSlilgll'l§CH.
even- De wet houdende instelling van het Hoi` van Rekeningen kwam
1 be- den 16 Maart 1846 in den Senaat.
ider Zij werd gesteld in handen eener commissie, bestaande uit de
muil Heeren : de Hertog D’URSEL , Dmxox Duaiomian, de Graaf` ne Barrier, 5*
jl l)’l1l00P en de Baron oa Macau (rapporteur). D i
mii Deze commissie bood haar rapport den /12 Junij 1846 den Senaat
van aan. Dit stuk was natuurlijk van minder gewigt, dan dat van de
Kamer van Vertegenwoordigers , alwaar de zaak reeds zoo volledig behan~ `
ent deld was. Deze commissie deelde het gevoelen van het Gouvernement, wat:
in, betreft art. 14. stclde­als amendement voor dezelfde paragraaf`, i
die door de Kamer van Vertegenwoordigers was verworpen geworden. ,
in- Ook in den Senaat onderging het amendement hetzelfde lot, i
lo'? De overige artikelen gaven, evenmin als in de Kamer van Verte-
§ genwoordigers, aanleiding tot discussie.
Dr j Zie hier hetgeen bij de algemeene beraadslagingen en bij die over
'° de artikelen hierover onder anderen is voorgevallen.
ii
j i
(
-- ’ , e- { i