HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 33

JPEG (Deze pagina), 873.77 KB

TIFF (Deze pagina), 7.51 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

E
j’ ,‘:
._. 31 __ A
ik uil{§3af' « Hoewel het er niet geschreven stond, wilde de wet van 30 December
:]"”·d dër 1830 toch zeker, dat het Hof de wettigheid der schuldvordcring zou E
> dan de onderzoeken. Dit staat in de memorie van toelichting. Men zie ook °
in ons verslag hoe zich de heer nn Muuranaisnn, rapporteur van de
'°"Sma¤. commissie van het Congres, in zijn rapport van 23 December 1850 U
[jj "DG heeft uitgedrukt. » -­­ Velke zinsnede reeds hiervoren is opgenomen.
nii tOf?·>> · De Minister van Finemcièbi; « Men kan wel begrijpen, dat het i
irigeuüüv i Congres in 1850 de leemte niet heeft ingezien, welke noopt, om een’ ‘
Eçü we- regel voor het visa aan het Hof voor te schrijven.
m zijn « Ik dring er op aan, dat nu de wet daarmede worde aangevuld, {
waardoor die gedurige haarkloverijen en moeijelijkheden over de be- t
ms "‘”‘ vocgdheid van het Hot` van Rekeningen zullen ophouden.
dat hij «lk herinner mij, bij voorbeeld, dat, omtrent de wettigheid van
¤ragraat` i een Keizerlijk besluit, het Gouvernement met het Hof van Rekeningen
lsschcu r van gevoelen verschilde, en dit heett drie jaren, onder drie ver- I
schillende Ministers, geduurd.
mgtïen « Dit zal vermeden worden in het vervolg, wanneer het Hol` alleen i
jh dat de wezenlvjlcheid der schuldvordering te onderzoeken heeft. Q
{ heb ‘ « Door de aanneming van mijn voorstel wordt de laatste paragraaf i
willen van het artikel niet krachteloos gemaakt. Althans het Gouvernement
iat‘m• liad in zijn ontwerp heide opgenomen.
steld, «Ik herhaal 't, het Hot` van rekeningen moet de Ministers niet
eden- bëoordeelen; zijne roeping is niet, de vraagpunten van wettigheid
aalde te behandelen. »
De heer nn Ganemz « Twee moeijelijkheden bieden zich bij de
gen, beraadslaging over dit artikel aan.
men « De loop der administratie moet niet belemmerd worden, maar ook
en 1 het Hot dient de wettigheid der uitgaat te onderzoeken. Volgens art.
DON M6 der Grondwet begrijp ik niet, dat men aan het HOF het Têgi *3
A van onderzoek van de wettigheid der uitgaafkan onthouden. Wanneex· i i
DE: Q de wettigheid niet mag onderzocht worden , hoe is men dan van de
id? I wezemlghheid der sohuldoordering overtuigd? Die wezenlähheid j
id" toch moet op den inhoud der wet zijn gegrond. Vanneer het onderzoek
[of van ’t Hof zich niet tot de wettigheid uitstrekt, dan is dat onderzoek ijdel, 5
m> « Aan den anderen kant zal de loop der administratie niet kunnen i ·
Bu jj belemmerd worden. Hierin voorziet nu immers het visa onder voor- E
Bb j behoud. Neemt het kabinet (de Ministerraad) de verantwoordelijkheid ‘
j j der handeling op zich , dan moet het Hot` natuurlijk zijn visa verleenen.
it « Hoe ’t zij, men kan de controle van het Hof niet opofferen aan
“ i beschouwingen, zonder grond noch degelijkheid.
jj «VVat het veto van het Hoi` betreft , waarvan de Minister
2
l r
E. .· A