HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 31

JPEG (Deze pagina), 850.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

i E
1 _,___ __, ,
in lïtlllllell aannemen. Want hoe moeten die woorden welke de ll/liY1iSlCl`
et t ’ ·
van Financiën zoo gaarne in het artikel wenscht opgenomen te zien .
je VC1‘t5télH!1 worden? Zie hier mijne uitlegging, Het Hoi`vanRekeninge11 A
te zal lieoerdeelen of een Minister inderdaad eene schuld heeft aangegaan ,
Et of er inderdaad een scbuldeischer is, en of er op de begroeting een
Br p0Sl is geopend, om de uitgaat te bestrijden? Verder zal, volgens
den Minister, zijne bevoegdheid niet gaan. Het Hof kan niet de wet- ik
W j tiglïëid der uitgaven onderzoeken , noch oi` zij met de bedoeling flëï l
ll Wëigüvënde magt , of` met de financiële wetten overeenstemmen. Gij Ztllii
3, dán, mijne heeren, van niets meer onderrigt worden, en de StaHtS· ;
rekening met gesloten oogen vast stellen. Het door den Minister aan- g
1* gehaalde voorbeeld der pensioenen bewijst juist, dat het HOF al de .
lc Sülltkell moet zien , waarop de toekenning van pensioen wordt gegl'OIld­
De lleliendmaking in de Siaats­Com·ant en de mededeeling van Staten _
lr aan de Kamers zijn niet voldoende, om misbruiken te keeren.
n «Zie hier, hoe ik mij de bevoegdheden van het Hof van Rekeningen
__ voorstel.
l, «Het Hoi, volgens mij, neemt kennis van alle handelingen, Waarbij Q
,,_ de schatkist is betrokken. Het treedt in een zeer grondig onderzoek
van alle stukken , waaruit die handelingen blijken, opdat het ons zal
pf i kunnen voorlichten. Want, zoo als reeds gezegd is: het Hot` is als eene
., H commissie uit de Kamer, dus kan het Gouvernement aan die commissie
j , geene inlichtingen weigeren. Wij hebben die commissie ingesteld , om
J eene dagelülzsche contröle uit te oefenen, welke wij zelve niet kunnen
voeren.
, jl «Die Stukken zijn van den lastgever (ordonnateur) of van den Feiten- .
_ '·‘ pligtige. De stukken van den rckcnpligtige hebben bloot eene materiële -
1, i waarde, de stukken van den lastgever hebben een zedelijk karakter,
,_ hebben betrekking op zijne verantwoordelijkheid en de staatkundige orde. ,>­
, « Het Hofbcoordeelt de eerste, het houdt toezigt op de laatste ,om zijne `
4 opmerkingen aan de wetgevende magt mede te deelen , welke magt alleen
j bevoegd is, daarover te beslissen. _
_ « Maar wil zij die beoordeelen dan moet die kennen, en alleen Q
_ de grondige controle van het Hof van Rekeningen kan haar die kennis ·
r verschaffen. » ‘
Z g De 1llirzister van Financiën: «De rapporteur heeft volkomen gelijk.
Het bestuur moet aan het Hol` alle mogelijke inlichtingen verschaffen ,
V maar het Het kan niet bevoegd zijn de handelingen van het bestuur
tc belemmeren , door zijn visa te weigeren, en vooral niet, om het
l te weigeren onder voorwendsel van onwcttigheid . al geschiedt de uitgaat
« binnen de door de wetgeving toegestane perken. lk heb voorgesteld,