HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 26

JPEG (Deze pagina), 850.99 KB

TIFF (Deze pagina), 7.38 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

4/
4 l
kl ` _
·a . - 24 .­­
j lj j «erediet­opening, vóórbetaling de kosten van beheer en inning der
« belastingen, de tractementen der tolbeambten en die der bcambten
_ «tot de werkelijke dienst van het financieel beheer behoorende,
‘. « door de directeurs in de provinciën betaalbaar gesteld, op de kassen
' « der ontvangers van de betrokken besturen.
l «Maar zelfs deze wijze van betaling is nog niet voldoende, want i
‘ « het is volstrekt noodzakelijk, dat de hoofden der Departementen i
« over zekere sommen mogen beschikken , om uitgaven te doen, die
«óf` te gering zijn, om daarvoor een bijzonder mandaat op te maken, .
«ól` bijzonderen spoed vereischen. ln dat geval worden gelden ter
« goede rekening bij een rekenpligtig ambtenaar beschikbaar gesteld.
« Maar de centrale sectie heeft gemeend, dat het te meer noodig l
« was, deze verstrekkingen tot het hoog noodige te beperken, en
« eenen termijn voor de verantwoording te stellen, omdat de ver- j
ustrekkingen eene dadelijke uitgave uit de openbare kassen vereischen,
t « omdat in dat geval er van den kant van het Hof van rekeningen
« voorloopige verevening en beschikbaarstelling plaats heeft, en omdat ,j
· « de buitengewone rekenpligtigc, die geenen borgtogt stelt, alleen van l
« de ontvangsten en uitgaven rekening heeft te doen. ,
i, « De laatste paragraat` van het voorgestelde artikel heeft dus ten
Y « doel de verantwoording te bespoedigen. De minstens gedeeltelijke
’ - « verantwoording van de eerste verstrekking wordt vereischt, om eene j
jl, a nadere te erlangen (die nimmer de bepaalde som kan te boven gaan,)
<< mits de verantwoording binnen den bepaalden termijn hebbe plaats 4
I ` » gehad. ii 5
` j" Het bestuur had zijn ontwerp gemeend, het vroegere ltoezigt
i, op de pensioenen aan het Hof te moeten onttrekken. Door een nieuw
ij artikel werd door de centrale sectie deze leemte,zoo als zij het in haar g
rapport uitdrukt, weder aangevuld. De centrale sectie nam met
, meerderheid een artikel aan, dat de strekking had, de wettigheid i
i der pensioenswerleening aan het oordeel van het Hof` te onderwerpen.
De lleer nr: MAN n’A·rrmn0nE had eene andere redactie verlangd,
die, bij de openbare beraadslagingen als amendement voorgesteld,
door al de overige leden werd aangenomen, waardoor de redactie van i
de centrale sectie verviel. Het onderstaande zal den geest van het V
i door haar voorgestelde artikel beter doen kennen: '
«< De centrale sectie deelt eenparig het gevoelen van de eerste
aafdeeling, om in het wets­ontwerp de bepaling der wet van
ti 1850 te behouden , die wil dat het Hof` van Rekeningen in het bezit
. «bli_jl`t van een dubbel van het register der pensioenen.
A a Zij deelt ook eenparig het gevoelen van de tweede afileeling,
jl
li j
e