HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 24

JPEG (Deze pagina), 809.11 KB

TIFF (Deze pagina), 7.39 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

r Y i " 1
ij 1
jl.] ·
`i ­·­­ 22 ~
‘ « « persoonlijk te betalen de, bij gebrek aan toezigt, geheel ol`gedeel~
« « telijk in onwaarde vervallen sommen. » »
i Dit voorstel werd door de centrale sectie verworpen, zij zegt: « de
‘ ccregtsmagt van het Hol` van Rekeningen strekt zich alleen tot de
' « rekenpligtigen uit , de bij de inrigting van ons stelsel van ontvangsten
ii l « betrokken Hootdambtenaren behandelen geene gelden, zij zijn dus i
‘ « niet rekenpligtig; het Hof kan geen uitspraak doen over de verant·
{ « woordelijkheid van ambtenaren , wier beheer bloot administratief is.»
Het art. 15 van het ontwerp van het Gouvernement hield in wat,
door de centrale sectie gesplitst, de artt. 14 en 15 der wet vormt.
De paragraphen van art. 14 luiden zoo als door het Gouvernement 1
waren voorgesteld. Echter had het Gouvernement, als tweede §, nog `
het volgende opgenomen: ·
« Dit visa wordt toegestaan wanneer de wezenlgjlclzeid der i
` «sc/tulolvordering bewezen is, en het Hof de regelmatigleeid G
· aoler betaalbaarstelling heeft erkend.» De eerste afileeling wilde 1
dit door eene volgende § beperken: « Het weigert dit echter bepaald .
‘ uaan iedere lastgeving tot betaling, die de credietcn bij eenig artikel 1
. s « der begroeting toegestaan, zou overschrijden, of die eene over-·
asehrijving van den eenen post op den anderen zou te weeg bren-
«gen.» Wij laten hier volgen. wat de centrale sectie bewoog de
j · hierboven genoemde tweede § te verwerpen, waardoor ook de voor~
i gestelde beperking verviel:
*1 a Drie leden stellen de intrekking van de tweede § voor.
` cr Dit voorstel wordt door de centrale sectie algemeen aangenomen ,
S a om de volgende redenen. vi
L cc Deze paragraaf strekt om te bepalen, in welke gevallen het voor-
5 « loopig visa kan geëischt worden door het Gouvernement. {
j "’ « Deze bepaling is der centrale sectie gevaarlijk voorgekomen, want i
« zij kon een noodwendig toezigt verzwakken, dat misbruiken kan i
« voorkomen en dat de beraadslagingen over de rekenwet kan toe-
«lichten , een toezvgt dat, ten gevolge van de laatste bepaling
« van het artikel, de handelingen van het Bestuur niet meer
ic laan lzelemmeren.
W « `vVil men een visa onder voorbehoud aan het Hol` voorschrijven,
« dan moet het zijnen vrijen wil behouden , om het eenvoudig visa =
« te weigeren, dan moet het de bewijsstukken kunnen eisehen, die
« het noodig heeft om behoorlijk te worden toegelicht, en om i
«< waarde te geven aan de beschouwingen , die het volgens de Grondwet j,
<< aan de Kamers moet mededeelen.» A
Liet de centrale sectie het Hof vrij, om zijn visa vóór de betaling te [
l