HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 23

JPEG (Deze pagina), 834.65 KB

TIFF (Deze pagina), 7.39 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

ti
- 21 - ;
drm, elingen en consignatien, heeft de Kamer dikwerf het gegronde ver- ·
ri een u langen te kennen gegeven , dat er eene commissie van toezigt wierd '
« benoemd. Wlat de rekeningen van deze administratiën aangaat, zij j
gg- umoeten door het Hot` van Rekeningen worden onderzocht, daar,
ning « ingevolge art. 4, alle rekeningen aan zijn onderzoek zijn onderworpen.
enen «In Frankrijk staat het bestuur dezer kassen onder toezigt van
mg- «commissiën , en worden jaarlijks de gedane rekeningen aan de goed- . A
« keuring der Wetgeving onderworpen en openbaar gemaakt, de een- ij
gd- wtrale sectie zou wenschen, dat dit ook in België plaats had. S:
« Een artikel tot bepaling der jaarwedden is in het ontwerp gevoegd. » §
een j
gd- Na dit rapport behandelt de centrale sectie de opmerkingen in de
bij atdeelingen op de artikelen gemaakt, waaruit hier ’t een en ander volgt:
De twee eerste artikelen gaven geene aanleiding tot bijzondere
an bedenkingen.
' De vierde atdeeling stelde een nieuw artikel voor, dat door de
ig centrale sectie algemeen werd aangenomen (art. 3 der Wet).
Op eene gemaakte aanmerking, besliste de centrale sectie als volgt: jl
­­ rr Het is onmogelijk het Hot` te beletten, met een ellen getal leden te , l
:- « beraadslagen : het Reglement van 9 April 1831, goedgekeurd door het
’t « Congres, heeft reeds in de omstandigheid eener stakingvan stem-
t armen voorzien, door aan den voorzitter eene beslissende stem te geven. j
­ Meer gevvigtige aanmerkingen werden op art. 5 gemaakt; zoo ver-
g langde men de strekking van § 3 te weten en gat` men den wensch
; te kennen , dat aeene nieuwe § het beginsel van toezigt zou vaststellen,
« door het Hof van Rekeningen te houden over de rekeningen van het j J
« materieel der magazijnen van den Staat, » waarop de centrale sectie
aanmcrkt: « de strekking van § 3 is om aan de overweging van het j
j «Hof`, de rekeningen van algemeen bestuur te onderwerpen, zoo als ,_
«die der directe belastingen, registratie, pesterijen, spoorwegen; de
« bijzondere rekeningen lossen zich in de algemeene op. E
« Wat betreft het voorstel, dat strekt om in het wetsontwerp het
«toezigt op de rekeningen van het materieel van den Staat op te
aneinen, verwijst de centrale sectie naar het onderzoek van bet
uontwcrp van wet betreffende de comptabiliteit. » ,,
Onder de volgende artilcrlen (6 ~l3) gat` alleen art. li? aanleiding
tot een voorstel, dat wij hier laten volgen; de eerste alileelixigstelde _
een nieuw artikel voor, aldus: rc eln de gevallen bij art. ll der
aaeomplabiliteitswet voorzien, kan het llol` rekenschap vorderen van
« « de pogingen aangewend tot behoud der rrgten van de schatkist,
er rr en de bij art. ll bedoelde llootilambtenaren veroordeelen, ein
I
9
E! _ ar,7·j '_/