HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 19

JPEG (Deze pagina), 856.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB


ai?
17 - 2
i
n van de <t ontwerp van het decreet van 23 December 1830, en zulks bij monde _
grond op «< van den algemeenen rapporteur, den heer on llluetrzmereez
en nood- « tt Om die verliezen (voortspruitende uil: verduisterde of onwettig r
asten en « « betaalde gelden) voor te komen, heeft men eerst zijne toevlugt tot
, om de « rc de borgstelling genomen , daarna tot het toezigt ot`de controle, welke g
lat over « uonder de voornaamste bevoegdheden van het Hot` van Rekeningen , ’
« «welks inrigting wij u hier voorstellen, kan gerangschikt worden. j
door dg « « Deze laatste maatregel bestaat daarin, om geene betaling toe JG
en del, « « staan, ten de wettigheid der sehaldvordering door het Hof 1
« « van Rekeningen zg onderzocht, en de lastgeving geboekt en
grooting K « van zgn visa voorzien. Hieruit ontstaat nog een ander voordeel,
evendg ¤< « namelijk, dat de boeking van deze lastgevingen (ordonnantiën) tot beta- i t
« « ling bij hetHot` van Rekeningen, dáár altijd den juisten toestand aan- 5;
kennis << « toont van de uitgaven van iederen tak van openbaar bestuur , en belet, ë `
Dgsten « << dat het bij de staatsbegrooting toegestaan erediet worde overschreden
worden « <<ot tot een ander einde aangewendm »
ntrótg « Zoo is dus, uit krachte van het in de Grondwet opgenomen bc- ‘;
<<ginsel , het bedoelde loezigt van eenen preventieven aard; het strekt lj lj
;n een « om handelingen te voorkomen, die strijdig zijn met de tinanciëlc `F
tg en rcwetten en reglementen, want, wanneer het oordeel over die hande- { i
« lingen, bij het onderzoek der rekenwet, aan de Kamers wordt Q,
xciëlg « overgelaten, dan bestaat de eenige toevlugt in de ministeriële ver-
330, cwntwoordelijkbeid, en deze in toepassing te brengen, is een
uniterste middel.
ekg- «Het decreet van 4850, gegrond op art. 116 van het ontwerp
S, « van Grondwet, dat eerst later werd aangenomen, schreef in een .
azijner artikelen het beginsel voor , dat iedere uitgaat voorloopig bij {
hg; «bet Hot` van Rekeningen zou worden verevend.
eetl «Maar de ondervinding heeft doen begrgpen, dat eene nood-
gm- awendige bepaling aan de ontwikkeling van dit beginsel ontbrak.
en «De voorwaarde van voorloopige verevening 1), als volstrekten
«regel gesteld, en overgelaten aan het oordeel van een ligehaam ,
zer aonafhankelijk van de drie staatsinagten, was van eenen aard , om l
raf «den loop van het bestuur te belemmeren, om zijnen vrijen wil te á
p- ubinden, en verhindering toe te brengen aan zijne vrijheid van han-
« deling, strijdig met de uitoefening zijner regten, en de beginselen (
in « zijner verantwoordelijkheid, inderdaad het decreet van 4830 stelt l
B I) Vjnorlorrgige verevening, en men begrijpedit wel , is niet anders dan eem!
. verevening voor de betaling, in tegenoverstellmg van eene latere verevening ,
li of eene verevening na de betaling. w
`
‘ l
l
t ii ·
Y fi
{/·' E
fi'- 7 _ _ _,___, __,________, __ ______ fi