HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 18

JPEG (Deze pagina), 792.73 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

lj 4
l ~ ie `
agesplitste credielen stellen, zoo als die voor de behoeften van de
« dienst worden vereischt, want deze wetten zijn slechts gegrond op
uonzekere berekeningen en eventualiteiten; het is daarenboven nood-
l uzakelijk dat alle handelingen wegens het beheer der inkomsten en
«« uitgaven _jaarli_jks in de rekenwet worden zamengetrokken, om de
1 «bepaalde goedkeuring van het Parlement te verkrijgen, dat over
L ` uderzelver wettigheid moet beslissen.
«Zóó wordt de onzekere raming der middelen vervangen door de
. abepaalde eijlers van de door de schatkist verkregen regten, en de,-
« wezenlijk gedane ontvangsten.
«Zóó worden de onzekere cijfers der eredieten, bij de begroeting
« toegestaan, vervangen door de zekere en stellige cijfers der verevende
« schuldvorderingen.
« Maar opdat de Kamers in staat konden worden gesteld, met kennis
<< van zaken, te oordeelen over de regelmatigheid der ontvangsten
· « en uitgaven, die uit eene menigte verschillende teiten worden
uamengetrokken, werd eene voortdmende en besterzdzge controle
« vereiseht.
«Het scheen dus noodig de grondige en naauwgezette hulp van een
«HoF van Rekeningen toe te voegen aan het noodwendig vlug en
<< onvolledig onderzoek der wetgeving.
« Het dagelijksch teezigt van een Hof` van Rekeningen op de financiële
<<handelingen van het Gouvernement werd bij het decreet van 1830,
; « en art. 116 der Grondwet bepaald.
A « Volgens dat artikel is het Hot, om zijne onafhankelijkheid te verzeke-
i « ren , een regtstreekseh uitvloeisel der Kamer van Vertegenwoordigers.
‘ « Zijne grondwettelijke verpligtingen zijn tweeledig:
V «Belast met het onderzoek en de opneming der rekeningen van het
ualgemeen bestuur en van alle rekenpligtigen jegens den Staat, heeft
, ahet Hof de hoedanigheid van een regterlijk ligchaam, daar het von-
anissen wijst, die dadelijk ten uitvoer kunnen worden gelegd, en
R « omdat het boeten oplegt.
«De uitoefening züner overige verpligtingen is van eenen `meer
uadmistratieven aard: het Hof zorgt dat daarbij geen artikel van uitgaat
<<der begrootingen worde overschreden, en dat daarbij geene over-
«schri_jving plaats hebbe.
«Eindelijk wordt de algemeene staatsrekening , met opmerkingen van
<< het Hof`, aan de Kamers onderworpen.
«Zie hier hoe zich de Commissie uit het congres uitdrukte, welke _
aeommissie was belast met de opmaking van het rapport over het
,;_ __,,..