HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 16

JPEG (Deze pagina), 830.26 KB

TIFF (Deze pagina), 7.26 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

'
. , l
j ;
.... 14 ...
ij Belgische wetgever alzoo een preventiet`toezigt van het Hot` van Reke-
ningen , zoowel in het belang van den Staat, als in het belang van
de Ministers, die toch genoodzaakt zijn het opmaken van betaling-
‘ Q stukken geheel aan ondergeschikte ambtenaren over te laten.
i* De Belgen stelden tevens eenen waarborg, dat geene van de be-
denkingen, door het Hof van Rekeningen gemaakt, en niet door
i de Ministers bëaamd, kon verduisterd ot` teruggehouden worden,
en bepaalden daarom de opneming dier bedenkingen in het jaar-
verslag aan de Kamers. Het preventief toezigt werd zoodanig geregeld,
dat de Ministers vrij zijn, om bij weigering van het vooraFgaand
visa van het Hof van Rekeningen, toch tot de betaling over te gaan
op hunne verantwoordelijkheid, nadat de zaak in den Raad der r
Ministers is onderzocht, en de meerderheid van dien Raad zich voor
.. de uitgaa[` heeft aansprakelijk gesteld.
Het Hoi van Rekeningen, en eveneens in Nederland de Algemeene
i Rekenkamer, is alzoo een Staatsdigehaain, welks taak medebrengt,
de opneming der jaarlijksehe verantwoording van de staats­ontvangsten _
en uitgaven voor de wetgevende Kamers, die met den Koning het
slot van rekening vaststellen, mogelijk te maken, en door het opvolgend
onderzoek van alle bijzonderheden het overzien van het gevoerde beheer
voor te bereiden. - De Rekenkamer is in zoo verre , naar den aard van
l haren werkkring, als het ware een collegie van gecommitteerden,
‘· door de wetgevende magt ‘), om aan deze de zekerheid te verschatï
tien, dat de Ministers hebben beheerd , zoowel wat ontvangsten als
i uitgaven betreft, overeenkomstig de regelen, gesteld bij de begr0otings­
wetten, de belasting­wetten en andere wetten , betreffende het beheer
i der staats­inkomsten en uitgaven. Duizenden en duizenden zijn de
verschillende posten van ontvang en uitgaat`, waarvan het resultaat
‘ wordt zamengetrokken in twee totalen der Staats·rekening, en , al-
vorens die totalen vast te stellen , moet de wetgevende magt de zeker-
heid erlangen , dat geenerlei a(`wijking ot` overtreding van de bestaande
wetten, omtrent eenigen post, heeft plaats gehad.
De Rekenkamer is bestemd, om haar die zekerheid te verschaH°en, «
en de leden van dat Collegie behooren wel doordrongen te zijn van
het gewigt hunner roeping, om , namelijk , de taak van de wetgevende
magt voor te bereiden en uitvoerbaar te maken. Een preventief toezigt
­ laat zich daarmede allezins verbinden, mits slechts de dienst niet
worde belemmerd. Zoodanige controle geeft zelfs den meesten waar-
1) IJUMOHTLEH noemde het Hof van Rekeningen eene sectie der Kamer van
Vertegenwoordigers, eene Commissie van Gedelegueerden.