HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 12

JPEG (Deze pagina), 677.73 KB

TIFF (Deze pagina), 7.27 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB


al
j -- 10 --
r Aar. 13.

De besluiten van het Hof tegen de rekenpligtigen kunnen
‘ dadelijk ten uitvoer worden gelegd; men kan daarvan echter »
in beroep komen bij het Hof van Cassatie , wegens schending
van vormen of der wet.
Wanneer een rekenpligtige zich geregtigd acht, zicl1 tegen
een besluit te verzetten , wegens gebrek aan vorm of schen-
ding der wet, moet hij zich in hooger beroep voorzien, uiterlijk
binnen drie maanden , te rekenen van de dagteekening van
de beteekening van het besluit. De zaak wordt in hooger _
beroep behandeld op een eenvoudig verzoekschrift, en zonder ii
p pleidooüen.
A Wordt het besluit vernietigd, dan wordt de zaak ver-
zonden naar eene commissie ad hoc, zamengesteld uit den
boezem van de Kamer der Vertegenwoordigers, die zonder _
nader beroep oordeelt in den voor het Hof van Rekeningen
bepaalden vorm.
Aar 14.
Geene lastgeving tot betaling wordt door de schatkist
voldaan, wanneer zg niet voorzien is van het visa van het
Hof van Rekeningen.
< Wanneer het Hof meent zün visa niet te moeten ver-
leenen, dan worden de redenen van deze weigering in den
; Raad van Ministers onderzocht.
K Indien de Ministers oordeelen, dat er desniettegenstaande
tot de betaling dient te worden overgegaan, dan verleent
» het Hof zün visa , onder voorbehoud.
Het deelt züne zienswüze mede in hetjaarlijksch verslag
aan de Kamers.
Am. 15.
De verevening der staatsschulden kan echter plaats hebben
na het visa:
1**. Wanneer de aard van de dieïist de opening van cre·­
dieten voor eenc te doene uitgave vordert. l
l
t
z