HomeDe Belgische wet van den 29 October 1846, houdende: instelling van het Hof van rekeningen (Algemeene Rekenkamer)Pagina 10

JPEG (Deze pagina), 687.69 KB

TIFF (Deze pagina), 7.35 MB

PDF (Volledig document), 28.73 MB

lit l in
nl j 4
­ 8 -
ABT. 6.
Het Hof staat in onmiddellijke betrekking met de verschil-
lende Algemeene Besturen; zoo ook met de permanente ·
' commissiën uit de Provinciale Raden , over de comptabiliteit
der provinciën, en met de rekenpligtigen , betreffende het
afleggen van hunne rekeningen. `
ART. 7.
In buitengewone gevallen, zoo als in gevallen van ontslag,
overlijden of deficit der rekenpligtigen , bepaalt het Hof den
termün , binnen welken hunne rekeningen ter züner griffie i
moeten worden ingezonden , onverminderd alle maatregelen
van orde en toezigt , die door de hoofden van bestuur mogten t
worden voorgeschreven.
Aar. 8.
Het Hoflegt eene boete op aan alle nalatige rekenpligtigen ,
na hen te hebben gehoord of behoorlijk opgeroepen, welke
boete de helft hunner bezoldiging, van hun ontvangloon
of van hunne schadeloosstelling niet kan te boven gaan; het
j Hof kan ook, des vereischt, hunne schorsing of hun ont-
' slag voorstellen.
’ E Het Hof kan hen, die noch bezoldiging, noch ontvang- ‘
. loon noch schadeloosstelling genieten , eene boete opleggen,
` die f1000 (2000 franken) niet te boven gaat. .
_ Alles voorbehoudens zijn regt, om te vorderen dat ambts-
halve afgelegd worde de rekening van den opgeroepen reken-
pligtige , die haar binnen den bepaalden termijn niet
. heeft ingezonden.
. Aar. 9.
i Elke veroorrleeling tot eene boete wordt uitgesproken
op de vordering van het jongste raadslid, die het Openbaar
Ministerie waarneemt.
Anw. 10.
Het Hof regelt de rekeningen van den Staat en der
provinciön, en keurt die goed. M
I