HomeNota betrekkelijk het fonds, ingeschreven op het Grootboek der nationale schuld, ten name van den Hoogen Raad van Adel, als admiPagina 6

JPEG (Deze pagina), 595.69 KB

TIFF (Deze pagina), 5.76 MB

PDF (Volledig document), 6.61 MB

w L in L Wwmwwwgwwii L L jl
l i
l,
Overtuigd, dat het verre van eenen der Leden dezer jl
l Vergadering is, in het minst het eigendomsregt te
1 willen krenken , en zoo hij onwetend daartoe de hand ·
mogt geleend hebben, naderhand bij betere kennis
der zaak zich het verwnt zoude doen, hiertoe te heb-
ben medegewerkt, acht ik het mij tot pligt , zulks
te trachten, door deze weinige regelen , voor te l
komen, niet alleen om de Leden der Kamer voor j
dat verwijt te vrij waren, maar ook , om de regten te
jl verdedigen van hen, door wie dat fonds is te zaam
gebragt en aan wie Zijne Majesteit 1/VILLEM I de l
renten van dat fonds heeft toegedacht.
Bij de Grondwetten van 1814, 1815 en 1840,
gelijk ook thans bij die van 1848 , wordt aan den
Koning het rcgaal toegekend, om personen, niet tot
den adel behoorende, daarin op te nemen. i
Het getal dier riddermatige geslachten, die van
af de Unie van Utrecht, tot aan den jare 1795 tot
den lands-adel behoord hadden, wier Ridderschappen
é met de Steden, de Staten der provinciën uitmaakten,
" was tot een te klein getal ingekrompen, om van dat W
r ouzgcml geen vrij uitgebreid gebruik te maken, want {
j zouden de Ridderschappen, die thans opgerigt wer- i
den, in sommige provinciën niet te klein in getal
l zijn, zoo moesten daarbij gevoegd worden personen
li die vóór 1795 tot den lands­adel niet behoord had- ;
i den; hetzij door hen er dadelük in te plaatsen, hetzij
door verhefling of inlijving daartoe de bevoegdheid
, te verleencn.
l Al dadelnk was de Vorst bedacht , om aan de er-
Y kenning , inlijving of verheffing tot den adel eenige gel-
T delijke opof`f`ering te verbinden, met het doel om uit
`
l .
l à
‘ 2
I i
i
d 1
in