HomeNota betrekkelijk het fonds, ingeschreven op het Grootboek der nationale schuld, ten name van den Hoogen Raad van Adel, als admiPagina 11

JPEG (Deze pagina), 563.31 KB

TIFF (Deze pagina), 5.87 MB

PDF (Volledig document), 6.61 MB

il
verarmde weduwen en weezen, van ’s lands Edelen ,
te doen strekken.
De handelingen voor de toekomst zijn vrij; oor-
deelt de wetgevende magt, dat de uitoefening van
art. 63 der Grondwet , gepaard moet gaan met eene
je hefïing van Teoma, voor adelbrieven , ten voordeele
der schatkist , dan kan , voor het vervolg, eene wet
hierin voorzien, doch ’s Konings besluit van 22
Maart 1816 , nv 31, moet geëerbiedigd blijven.
Ik zoude hiermede kunnen eindigen, ware het niet
dat gemeld verslag der commissie van rapporteurs
over de Staatsbegrooting , over het dienstjaar 1850,
een niet juist begrip , met alle bescheidenheid gezegd,
van de werkzaamheden van den H. R. v. A. heeft
aan den dag gelegd, als zijnde volgens hare mee-
ning, in verband met de politische regten , die de
ridderschappen onder de vorige Grondwet nitoefenden ,
en die onder deze Grondwet vervallen zijnde, eenen
grond zouden opleveren, om den H. R. v. A. van
de begroeting te doen verdwijnen.
' 1l~: moet hierop aanmerken , dat het al of niet
' bezitten van politische regten , door de ridderschap­
pen weinig ter verandering in den aard der werk-
i zaamheden van dat collegie te weeg brengt; want
hoewel ’s Raads instructie verscheidene voorschriften
bevat op de ridderschappen toepasselijk , hebben zich
‘ de Regering of die Collegiën zelve , in de laatste
jaren, daaraan niet gehouden.
Of het wenschelük ware geweest, dat ’s Raads in-
structie , vooral van Regeringswege , meer ware op-
gevolgd, zal hier niet beoordeeld worden; doch
zeker kan het toch genoemd worden , dat, niettegen-