HomeDe bioscoop en het onderwijsPagina 23

JPEG (Deze pagina), 823.53 KB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 38.13 MB

l
I een rapport samen, waarin de wenschelijkheid en mogelijk-
heid ‘ van bioscopisch onderricht werden aangetoond.
Een eerste uitvloeisel van dat rapport was de instelling
eener gemeentelijke film-keuringscommissie en een ander,
dat er werkelijk een begin gemaakt werd met het bezigen der
bioscoop voor het onderwijs.
In het ,,Museum ten bate van het Onderwijs" alhier, eene
instelling welke eene prachtige verzameling van aanschou-
l wingsmiddelen voor het onderwijs bevat, werden namelijk
van eind 1916 af bioscoopvoorstellingen gegeven door den
Directeur den heer Dr. van Cappelle. Genoemd Museum
wordt beheerd door eene vereeniging van denzelfden naam,
welke vereeniging hare inkomsten voor een zeer klein deel
uit de contributies van hare leden put en voor de geheele rest
· uit een gemeente­subsidie.
De bioscoop­voorstel1ingen in het Museum werden in de
eerste plaats bijgewoond door de bezoekers van de verzame-
lingen en voorts zoo nu en dan door de leerlingen van eenige
scholen. Zij vormden geen integreerend deel van het gewone
schoolonderwijs ; ze stonden daar geheel los van. De voor-
stellingen mochten zich wel in de sympathie der bezoekertjes
verheugen.
Het lokaal was echter zeer kleir en bedompt en leende zich
op den duur niet voor het bijeenbrengen van groote hoeveel-
heden bezoekers.
Toen in September 1917 de heer Albarda door den Raad
benoemd was tot Wethouder en zich de afdeeling Underwijs
zag toegewezen, was het gevolg van een van zijne eerste
bemoeienissen, dat door het Gemeentebestuur werd aange-
kocht een bestaand bioscoop­theater in een der volksbuurten
Q (Hoefkade No. 602), met het doel het in te richten voor eene
Gemeentelijke schoolbioscoop.
Aan het Bestuur van meergenoemd Museum werd
gevraagd of het bereid was, voor rekening der Gemeente, het
Q beheer van die Bioscoop te willen op zich nemen. Dat Bestuur
was daar, op zekere voorwaarden, inrichting en exploitatie
K7