HomeBrief aan alle Nederlandsche Werklieden, leden en geen leden van de InternationalePagina 8

JPEG (Deze pagina), 520.30 KB

TIFF (Deze pagina), 5.09 MB

PDF (Volledig document), 15.97 MB

ll ï
E
6 l
j het er bn blüven zal ­-­ en, behalve een kanarievogeltje l
l van Jans, mijn oude halfblinde moeder. Bedeeling g
j zou ze kunnen krügen, maar ik zeg, eer zullen ze me
' doodsohoppen, eer dat ze mijn oude moeder van den
arme zullen bedeelen.
Is negen gulden te veel met zün achten , als ik de _
i kanarie van Jans meereken? Dat weet jelui wel beter; i
i en toch Goddank jongens, ik heb nog nooit honger ge-
leden; Dat zit hem hierin dat ik niet drink of zuip. Of
ik geen borrel lust? Nou, daar motje om kommen. Als
i-, ik hem zie, dan komt mg het water over ’t hart; maar
ik zeg, nee baas, je zult me niet pieren, want ik heb “
er een neef aan dood, weetje, dien stond het schuim i
op den mond toen hg de eeuwigheid inging, en was
‘ zoo zwart van binnen als een schoorsteen. Nou, als
je van de klare zwart wordt, dan zit er toch de dui-
. vel in, al heeft hh geen bokspooten of kettings aan. ‘
i Ik zei dan dat ik nooit honger heb geleden, en daar
geef ik je mijn woord van eer op. Maar weetje wie
daar ook schuld van is, dat is miqn vrouw. Als je ze
zag - ze zit hier bü me terwijl ik dezen brief schrüf, X;
want de meester zei: schrijf gerust Jan, weet het i
goed uit te leggen, en ik, zeidie, zal je wel met
de taal en de spelling helpen - ik zeg dan, als je
'" mijn vrouw zag dan zou je zeggen: een knap wijf;
en ik zeg een goed wüf ook; die het anders zei,
die heeft er geen verstand van of is jaloersch; zoo-
als de vrouw van P. - ik wil zijn naam geen schande
I
· l
ll